August Sander (1876-1964) heeft zijn documentair levensproject Menschen des 20. Jahrhunderts nooit voltooid, maar…


Zijn fotografisch nalatenschap behoort tot de indrukwekkendste en aangrijpendste in de geschiedenis van de fotografie.

Vanaf 1911 tot aan de machtsovername door de nationaal socialisten in 1933 werkte Sander koortsachtig aan zijn project, waarmee zich ten doel stelde de volledige maatschappelijke orde van zijn tijd in kaart te brengen.

Hij deelde de Duitse maatschappij onder in categorieën en begon bij de boeren te fotograferen. Zo werkte hij zich door de maatschappelijke lagen en beroepsgroepen heen, naar de hoogste trappen van de ‘beschaving’. Uiteindelijk zou hij eindigen bij de geestelijk gestoorden en zieken.
Duitsland belandde door de vernedering van de eerste wereldoorlog in een identiteitscrisis en stelde zich de vraag waar het land en haar bewoners in wezen voor stonden. Sanders typologische vorm insteek kon geen betere timing hebben vanwege de grondige Duitse manier van aanpak.

Zijn inspiratiebron zou weleens Carl Blossfeldt kunnen zijn geweest want Sander en zijn vrouw waren beiden enthousiaste amateurbotanisten. In 1929 verscheen Sanders eerste boek Antlitz der Zeit, die een eerste selectie uit zijn grootschalige project liet zien. Het boek werd positief ontvangen. “De jaren ’20 waren de gelukkigste jaren van mijn leven”, zei hij later. “Das war unsere Zeit und die Zeit der Aufwärtsbewegung.”

In 1934 beval de Duitse Rijkskamer voor Beeldende Kunsten dat Antlitz der Zeit vernietigd moest worden. De getoonde portretten hadden niet de overeenkomsten met de ideale voorstellingen die de nazi’s voor ogen hadden.

Een vernietigende oorlog stond voor de deur en Sander bracht zijn meest waardevolle deel van zijn archief in veiligheid in Kuchhausen, een dorpje bij Keulen, waar hij na de oorlog ook ging wonen. In 1944 werd zijn atelier in Keulen door een bombardement getroffen, later vernielde een brand zelfs een deel van zijn negatieven archief. Hij was oud geworden en ook zijn onderwerp was voorgoed veranderd. De oude samenleving was in het Derde Rijk omvergeworpen en met het nieuwe aankomende tijdperk had hij niet zo veel meer.

Hij stierf vrijwel vergeten in 1964, maar zijn archief bleef bewaard. Pas in de jaren ’80 werden zijn foto’s herontdekt en ze bleken van enorme betekenis voor latere, ook hedendaagse, fotografen. Zijn werk is een monumentaal fotografisch meesterwerk en heeft de allergrootsten geïnspireerd, van Walker Evans tot de Bechers en The New Topographics, van de Düsseldorfer Kunstschüle naar Thomas Ruff, Candida Höfer en Andreas Gursky. Van Richard Avedon tot Rineke Dijkstra. Sanders inbreng binnen alle disciplines van onze dagelijkse fotografie is niet meer weg te denken en laat vooral zien hoe inspiratie wordt doorgegeven en overgenomen.

Vind je dit een interessant artikel? Kijk ook eens naar New Topographics.

Geef een antwoord