De eerste foto is gemaakt in Singapore rond 1863 door John Thomson. 

 

Thomson fotografeerde met het ‘wetplate’ Collodiumprocedé. Op de foto zie je rond de ‘portret-opstelling’ de omgeving waar de foto is genomen. Hij fotografeerde zijn opstellingen vaker op deze manier en gezien de arbeidsintesiviteit van het toenmalige procedé deed hij dit bewust en was voor die tijd baanbrekend. Waar was hij naar op zoek? 

85 jaar later deed de beroemde modefotograaf Irving Penn ongeveer hetzelfde.

 

Hij nam het achtergronddoek van zijn modestudio in New York mee naar Peru om daar de mensen te fotograferen. Bij terugkomst dacht de beeldredactie van Vogue, die het doek meteen herkenden van zijn modefoto’s, dat hij Peruanen had laten overvliegen om in zijn studio in New York te portretteren. 30 jaar later reist Richard Avedon 5 jaar lang door de Midwest van de Verenigde Staten met een wit achtergronddoek om de Amerikaan vast te leggen.

De geportretteerde op deze manier uit zijn ‘omgeving’ halen is een belangrijke en vaak doeltreffende manier van aanpak binnen de disciplines van de hedendaagse fotografie. Het zet het te vertellen verhaal weer in een heel andere context en is hiermee een belangrijk onderdeel binnen de beeldtaal.

 

 

 

 

 

Geef een reactie