“Clarity isn’t what photography is about” – Daido Moriyama

Daido Moriyama (1938) is een baanbrekende fotograaf met een grote expressionistische gevoeligheid. Hij heeft de roerige emotionele toestand van het alledaagse naoorlogse Japan in beeld gebracht. Moriyama woonde altijd in stedelijke centra en daar was de onderwerping van het land aan bezetting en politieke druk door zijn ‘bevrijders’ goed voelbaar. Samen met de opkomst van een levendige economie ontwikkelde zich een periode van radicale kunstvorming. “De stad heeft alles,” zegt hij, “komedie, tragedie en erotiek. Het is de ideale setting, de plek waar de wensen van mensen met elkaar verweven zijn. Het zal altijd mijn natuurlijke omgeving blijven.”

Moriyama, geboren in 1938 in Osaka, studeerde grafische vormgeving voordat hij in de leer ging bij fotograaf Takeji Iwamiya. Toen hij in 1961 naar Tokio verhuisde, werkte hij als assistent van de experimentele filmmaker en fotograaf Eikoh Hosoe. Ook begon hij met het maken en publiceren van zijn eigen straatfotografie.

In dezelfde periode zag hij het werk van William Klein en Andy Warhol. Provocerend en rauw legden zij de samenleving van New York bloot. 

Moriyama reageerde vooral op de vitaliteit en levendige uitspattingen die hij opmerkte op de Amerikaanse bases in de buurt van waar hij woonde. Het wemelde er van de Amerikaanse militairen, die vochten in de oorlog in Vietnam. Hij voelde zich aangetrokken tot de cultuur van de jazzmuziek en sex, drugs and rock ‘n’ roll. Moriyama vond in de rijke complexiteit van die tijd zijn speciale onderwerp.

Vanaf het midden van de jaren zestig droeg hij regelmatig bij aan cameratijdschriften voor amateurfotografen. Hij verzorgde het fotowerk, dat eerder poëtisch dan journalistiek was. Zijn onderwerpen waren onder meer populair amusement en het experimentele theater van Shūji Terayama, zoals te zien is op de foto’s van zijn eerste boek Japan: a Photo Theater (1968). 

Japan, a Photo Theater van Daido Moriyama tijdens de William Klein/Daido Moriyama-tentoonstelling in Tate Modern 2012

Moriyama was een bewonderaar van Jack Kerouac. Hij liftte door heel Japan en vond chauffeurs die hem op de nieuwe snelwegen wilden meenemen. Hij stopte bij verlaten cafés en fotografeerde door autoruiten, geïnspireerd door Kerouac’s On the Road. Deze foto’s werden vanaf 1968 in serie gepubliceerd in het magazine Camera Mainichi.

Hier vond hij het fundament voor zijn manier van werken in de daaropvolgende decennia: een rusteloze expressieve beweging door de straten van het land en in de stad. 

Via een introductie van zijn vriend Takuma Nakahira nam Moriyama deel aan het experimentele tijdschrift Provoke (1968-’69).

Hij experimenteerde stoutmoedig met cropping en een uitgesproken korrel, reproduceerde foto’s en herkaderde ze, geïnspireerd op Andy Warhol. In 1974 produceerde hij een, in eigen beheer uitgegeven, boek met foto’s genomen tijdens zijn reis naar New York in 1971 en noemde het Another Country In New York, geïnspireerd op Another Country van auteur James Baldwin. De boeken werden gedrukt op een gehuurd Xerox-kopieerapparaat en hadden twee verschillende zeefdrukomslagen.

Moriyama’s werk wordt het best begrepen in de context van een diep verdeelde politiek van die tijd. Er waren protesten rond de vernieuwing van het Veiligheidsverdrag tussen de VS en Japan in 1970 en de opkomst van het consumentisme. Voor Moriyama was dit het begin van een zeer productieve periode, maar ook een tijd van persoonlijke instabiliteit. In 1972 publiceerde hij twee belangrijke boeken: Hunter en Farewell Photography. Ook lanceerde hij een klein fototijdschrift: Record. Hunter bevat enkele van Moriyama’s bekendste foto’s, gedrukt in sterk, aangrijpend contrast.

Farewell Photography is een prachtige experimentele productie die zijn interesse in het, door Warhol geïnspireerd, drukwerk voortzette. Veel van de foto’s zijn wazig en sterk bijgesneden, en hun onderwerpen zijn vaak bijna onherkenbaar. De sfeer is tragisch en nihilistisch.

De inleiding van het boek is een gesprek met zijn vriend Nakahira, die kort daarna een ernstig geval van alcoholvergiftiging zou krijgen. 

Het duurde enkele jaren voordat Moriyama zich uit deze intensiteit werkte. Hij begon het Japanse platteland te bezoeken, waar hij in 1974 The Tales of Tono produceerde (gepubliceerd 1976).

Dit was een vreemde en desoriënterende serie foto’s over het pre-industriële platteland van Japan. In datzelfde jaar begon hij aandacht te krijgen buiten Japan en zijn werk werd opgenomen in de MoMa-tentoonstelling New Japanese Photography. Deze expositie werd in 1974 in New York georganiseerd door John Szarkowski en Shoji Yamagishi en reisde het jaar daarop naar het MoMA in San Francisco.

Dit succes viel samen met de erkenning van fotografie als een bijzondere vorm van artistieke expressie in Japan, gevierd in de tentoonstelling Fifteen Photographers Today in het National Museum of Modern Art in Tokio.

Moriyama is blijven experimenteren en heroverweegt zijn eerdere projecten, waarbij hij vaak ouder werk met recentere foto’s in nieuwe publicaties opneemt. De foto’s in Light and Shadow (1982), gemaakt na een lange periode van rust, zijn doordrenkt met een nieuwe en verblindende helderheid.

In 1990 publiceert hij Lettre à St. Loup, waarin hij aangeeft dat de eerste foto, gemaakt door Nicéphore Niépce in 1827, heel belangrijk voor hem is.

Het boek bevat straattaferelen, motorfietsen, naakten tot landschappen en maken hier en daar een knipoog naar werken van Man Ray, Eugène Atget en Breton.

Meer recentelijk heeft Moriyama weer kleur opgepakt, die hij in de jaren zeventig niet vaak gebruikte. Deze nieuwe kleurenfoto’s hebben een directheid, zelfs een gevoel van normaliteit, in tegenstelling tot het rauwere werk van de voorgaande jaren.

“I was not against America, or the war, or against politics. I was against photography.” Daido Moriyama

Vind je dit een interessant artikel? Kijk eens naar Shōmei Tōmatsu.

Dit bericht heeft één reactie

  1. Wim van der Gun

    Deze bewering heeft toelichting nodig!

Geef een antwoord