“My favourite thing is to go where I’ve never been” is een bekende uitspraak van Diane Arbus. (1923-1971)

Geboren in materiële rijkdom leed Arbus aan een schuldgevoel van dit voorrecht. Haar moeder was de erfgenaam van het familiebedrijf Russeks, een prestigieus warenhuis op 5th Avenue in New York dat bont verkocht. Van beide ouders hoefde ze geen liefde te verwachten. Op 18-jarige leeftijd trouwde Diane met Allen Arbus, die in de reclame-afdeling van het bedrijf werkte.

Na een korte ongelukkige loopbaan als mode-fotograaf in samenwerking met haar echtgenoot, liep ze weg tijdens een Vogue-fotoshoot: “Ik kan het niet meer, en ik doe het ook niet meer!” riep ze. Dit is het beslissende moment geweest voor haar nieuwe carrière. Arbus gaat in de leer bij Lisette Model, die bekend stond om haar onconventionele straatfotografie en docentschap. Model confronteerde Diane met haar angsten en leerde haar diep in het onderwerp te duiken. Later zei Morel over haar: “Wat erna kwam, daar was ik moreel niet verantwoordelijk voor.”

Diane Arbus’ instinct voor het perverse bleek al in haar vroege foto’s; haar fascinatie voor het ‘verstoorde’ ontwikkelde zich nu snel. “There are things nobody would see if I didn’t photograph them”, zo was haar overtuiging. Ze fotografeerde travestieten, dwergen, nudisten, circusartiesten, geestelijk handicapten, reuzen maar ook ‘gewone’ mensen. 

Dit deed ze op straat of ze ging met hen mee naar hun huis. Soms zelfs om te blijven slapen. In haar werk is een spanning aanwezig tussen het ‘empathische’ en het ‘gebruik maken van’ binnen de benadering van haar onderwerp. Je krijgt het gevoel dat je medeplichtig bent als je ernaar kijkt.

Door haar lage standpunt met de Rolleiflex-camera en haar flitsgebruik verhief ze de rafelrand van de samenleving uit hun context. Ze bracht er een – veel geïmiteerde – contradictie mee aan. 

In 1967 hingen haar portretten in de tentoonstelling New Documents in het Museum of Modern Art in New York, naast het werk van Garry Winogrand en Lee Friedlander.

De drie zouden de geschiedenis ingaan als de vertegenwoordigers van de zelfreflecterende maatschappijkritische en sociaal-documentaire fotografie. Een discipline waarin Robert Frank Amerika 10 jaar eerder de spiegel mee had voorgehouden. De tentoonstelling was uiterst succesvol en maakte het drietal in één klap beroemd. In 1971 nam Diane Arbus haar eigen leven.

Haar depressies en neurotische demonen bleven haar achtervolgen tot ze haar obsessief streven hadden ingehaald.

Susan Sontag schreef over haar: “Arbus’ behoefte om diegenen te fotograferen spreekt van een diepere wens zichzelf te willen herscheppen en te worden aanvaard als een buitenstaander door mensen die, vanaf de geboorte, ‘anders’ zijn. Haar portretten behoren tot de meest krachtige ooit gemaakt.”

Vind je dit een interessant artikel? Kijk ook eens naar Het geheim van een goede portretfoto.

Geef een antwoord