E. J. Bellocq (1873-1949) kwam uit een rijke familie in het zogenaamde ‘French Quarter’ van New Orleans.

Hij was commercieel fotograaf van voornamelijk schepen en machines voor lokale bedrijven, en had een vlaag van mysterie rond zijn persoonlijkheid. Na Bellocq’s dood werd een verzameling van een honderdtal glasplaten ontdekt, ergens verstopt in zijn bureau. De platen waren portretten van prostituees in New Orleans, zo rond 1912. Na onderzoek bleek dat Bellocq de vrouwen niet uit opdracht maar uit liefde had gefotografeerd. Dit bleek vooral uit het werk zelf. De vrouwen zijn staand, zittend en liggend met veel respect vastgelegd. Zozeer zelfs dat de foto’s vaak niet eens erotisch aandoen.

 

Eind jaren 1950 kwamen 89 glasplaten, in verschillende staten van corrosie, in handen van Lee Friedlander. In 1970 verscheen een selectie van prachtige ‘vintage’ prints van Friedlander voor een fotoboek met medewerking van Museum of Modern Art in New York. Het boek ‘Storyville portraits’ werd een instant klassieker en heeft tot nieuwe literatuur en films geleid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie