Bijna lege vliegvelden, we zijn er al aan gewend geraakt.

Voorlopig zit reizen er niet meer in en zien en zullen we het moeten doen met onze herinneringen. Er zit echter ook veel schoonheid verborgen op al die vliegvelden. Harry Gruyaert heeft altijd veel gereisd en op zijn doortochten heeft hij er genoeg gezien. 

Normaal gesproken is het een komen en gaan van reizigers. Iedereen onderweg naar de volgende bestemming. Voor Gruyaert zijn vliegvelden een soort van tussenwereld. Niemand blijft er lang en iedereen is bezig met de volgende halte. Een hoop mensen die tussen en langs elkaar heen bewegen en voor een kort moment samen een eigen wereld vormen. 

 

In zijn boek Last call zijn foto’s verzameld die allemaal zijn gemaakt op vliegvelden. Wat daarbij opvalt is dat er bijna mensen ontbreken.  Zoals we van hem gewend zijn laat hij zich leiden door het licht en zijn intuïtie. En wat is er dan veel te zien. De vaak aparte architectuur, ramen, reflecties en kleuren gaan een eigen rol spelen. Het is geen registratie van een moment. Door de lens van Gruyaert wordt iedere foto een eigen droomwereld. De kleuren en vormen gaan een eigen leven leiden. Ze krijgen de hoofdrol in de foto’s. De personen, vaak alleen, geven leven aan het mystieke. Of ze nou liggen in een stoel, eten aan een tafeltje of wat drinken aan de bar, ze hebben een functie in de foto. Ze zijn waarschijnlijk allemaal bezig met hun volgende bestemming. Hier, op dit vliegveld, zijn ze maar even. Vlug door naar de volgende bestemming. Voor heel even hebben ze een rol gespeeld in de tussenwereld van Harry Gruyaert. Met Last call mogen we daarvan meegenieten.

Voor Gruyaert zijn vliegvelden een soort van tussenwereld. Niemand blijft er lang en iedereen is bezig met de volgende halte…

Tekst: Hans Rutten

 

 

 

 

 

Geef een reactie