Afscheid nemen van je geboortegrond, afscheid nemen van België.

Dat is de kern van Roots. Harry Gruyaert is geboren en getogen in Antwerpen. Al snel vertrok hij naar Brussel om er te studeren en vooral veel films te kijken. Toch voelde hij zich hier niet thuis. Als twintiger had hij het gezien in België, er was erg weinig te doen. Het land met zijn kleurrijke folklore en tradities werkte beklemmend. De wijde wereld lonkte en Gruyaert trok naar Amerika waar hij kennismaakte met de Popart en het werk van William Eggleston. Een ervaring die fundamenteel was voor zijn latere werk. Via Londen kwam hij vervolgens terecht in Parijs, waar hij al 40 jaar woont en werkt.

Je geboortegrond draag je altijd met je mee. Zo ook bij Gruyaert. Door zijn reizen was hij losgekomen van België, hij kon meer afstandelijk kijken. Het mooie van Roots is dat het niet alleen een blik is op België, je ziet ook een ontwikkeling in zijn werk. In dit boek voltrekt zich de overgang van zwartwit fotografie naar kleur.

In het begin werkt Gruyaert nog in zwartwit, hij ziet geen kleur. België is voor hem een grijs land. Langzaamaan begon hij de kleur te zien. In het boek is die overgang mooi opgenomen.

Gruyaert werkt met een rijk kleurenpalet, dat nog eens extra verzadigd is door het gebruik van Kodachrome film. Het is zijn kenmerk geworden, in zorgvuldige composities maakt hij schitterende stillevens. Kijkend naar zijn foto’s gaat het er niet alleen om wat je ziet, net zo belangrijk is hoe je het ziet. Humor en luchtigheid brengen gelaagdheid in zijn werk.

Afscheid nemen kan iemand zwaar vallen. Gruyaert heeft in interviews wel eens gezegd dat fotografie therapeutisch werkt. In dit geval zeg ik dat de therapie absoluut is aangeslagen. Het land dat hij achter zich liet gaf hem uiteindelijk de fotografische stem waarmee hij een van de belangrijkste pioniers van de kleurenfotografie werd.

Tekst: Hans Rutten

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Berichtcategorie:Boeken
  • Bericht reacties:0 Reacties

Geef een reactie