Geschatte leestijd: 16 minuten

De ‘gulden snede’ is sinds jaar en dag dé tool waarmee een beeldend kunstenaar zich ervan verzekert een harmonieus beeld te creëren. Van architectuur, beeldhouw- en schilderkunst tot in de muziek werd deze regel, die is gebaseerd op een wiskundig principe, toegepast en dan ook automatisch doorgegeven aan de fotografie.

In dit artikel kom je erachter wat die gulden snede nou precies is. Maar bovenal zul je erachter komen dat je haar in je fotografie misschien helemaal niet wil toepassen; en daarvoor geven we je straks 5 redenen.

 

Een rechthoek in vlakken ingedeeld volgens de verhouding van de gulden snede

 

Wat is de gulden snede?

De gulden snede is onderdeel van de (klassieke) compositieleer, die zich, heel kort samengevat, bezighoudt met de manier waarop alles in een beeld idealiter is gerangschikt en zich tot elkaar verhoudt.

De gulden snede is in de schilderkunst een manier om een vlak te verdelen en is gebaseerd op een wiskundig principe uit de klassieke oudheid. De verhouding van de gulden snede is 0,618. In onderstaande afbeelding zie je hoe een vlak volgens de verhouding van de gulden snede is ingedeeld. De objecten waar je de aandacht van de kijker op wil richten en de vlakverdeling plaats je langs deze lijnen en op de snijpunten van die lijnen.

Idealiter wordt een vlak volgens de compositieleer ingedeeld naar de lijnen van deze Fibonacci-spiraal, die dezelfde verhouding kent als de gulden snede.

De gulden snede is vooral populair omdat deze verhouding in de natuur terug te vinden zou zijn – met name in spiralen; het zou daarom voldoen aan een ‘goddelijk principe’. En om die reden zou ook kunst als esthetischer ervaren worden wanneer dit principe wordt toegepast. En inderdaad vinden we een foto, waarbij de gulden snede is gebruikt, al snel mooi.

Overigens, de vereenvoudigde versie van de gulden snede is de ‘regel van derden’. Daarbij liggen de lijnen allemaal precies op dezelfde afstand van elkaar. In dit artikel kun je de gulden snede ook lezen als de regel van derden.

Dus als je een mooie foto wil maken en er zoveel mogelijk likes mee wil genereren op je social media, zet dan de gulden snede in. Succes gegarandeerd; de oohh’s en aahh’s zullen niet van de lucht zijn. En als dat het effect is waar je voor ging, dan ben je nu klaar met het lezen van dit artikel.

 

Maar…

Nou, dat is dan mooi, kun je nu denken, bedankt voor de tip. Ik pak mijn camera en ga hier lekker mee aan de slag. Maar wanneer jij je fotografie meer diepgang wil geven, adviseren we je om daar nog even mee te wachten en verder te lezen. We leggen je namelijk uit waarom je hier misschien juist niet lekker mee aan de slag wil gaan.

En als je na het lezen van dit artikel toch liever de gulden snede toepast in je fotografie en een ‘esthetisch verantwoorde registratie’ wil maken van wat jij om je heen ziet, dan is dat natuurlijk geweldig. Fotografie is er tenslotte voor alle smaken en iedereen is vrij om er haar of zijn eigen invulling aan te geven. Gelukkig maar.

 

Van ‘machine-bediende’ naar kunstenaar: de pioniers

Voor we ons punt maken, nemen we je mee terug in de tijd, naar het begin van de fotografie – en wat er toen gebeurde.

De fotografie werd, begin negentiende eeuw, in de eerste plaats uitgevonden als een wetenschappelijk instrument waarmee onderzoek werd gedaan. Het was hét medium waarmee de dingen perfect konden worden geregistreerd, precies zoals ze er (op dat ene moment) uitzagen. Dit kan een fototoestel bij uitstek.

En zo werd de camera al snel gebruikt om niet-wetenschappelijke objecten te registreren – veelal door scheikundigen die zich in de mogelijkheden van deze nieuwe uitvinding wilden verdiepen. En door kunstenaars, die de fotografie gebruikten om hun werk te perfectioneren en onderzoek te doen. Dat was op zich niet nieuw: grote meesters zoals Johannes Vermeer maakten voor hun schilderijen al gebruik van de camera obscura. In dit licht is de documentaire Tim’s Vermeer interessant.

In de documentaire Tim's Vermeer, waarvan hier een affiche te zien is, wordt ingegaan op de manier waarop kunstschilders zoals Vermeer al virtuoos gebruik wisten te maken van technieken om de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, zoals de camera obscura.

 

Hill & Adamson

Zo leken de schilderkunst en de fotografie een tijd lang hand in hand te gaan; echter, het duurde niet lang of hun wezenlijke verschil werd ook duidelijk. Kunstschilder David Octavius Hill nam in 1843 het overweldigende project op zich om alle 470 afgevaardigden van de Vrije Kerk van Schotland tezamen in beeld te brengen. En daartoe riep hij de hulp in van scheikundige en fotografie-pionier Robert Adamson.

Hill en Adamson kwamen tot de ontdekking dat er met de fotografie een compleet ander portret ontstaat. Dat komt doordat de persoon voor de beeltenis geen dagen, maar slechts een aantal minuten stil hoeft te staan. Adamson zag dat zo’n foto iets anders van de geportretteerde kon ‘vatten’ dan met de schilderkunst mogelijk was. Hill, die het hele project documenteerde, schreef deze bevindingen op. Zo leidde deze samenwerking tot de eerste beschrijving van het zogenaamde ‘beeldbewustzijn’ van het wezenlijke verschil tussen fotografie en schilderen.

 

Julia Margaret Cameron

Kunstenares Julia Margaret Cameron (1815-1879) kreeg van haar dochter en schoonzoon een camera en begon ermee te experimenteren. Het Picturalisme moest nog op gang komen en het fototoestel werd enkel nog gezien als een apparaat om de werkelijkheid mee weer te geven.

Maar Cameron wilde expressieve beelden maken, een gevoel en een boodschap met haar beeld overbrengen. Dat deed ze onder andere door bewegingsonscherpte toe te passen en zo de beelden, heel subtiel, meer los van het vlak te maken.

Julia Margaret Cameron plaatste de expressiviteit van gevoel en spiritualiteit in een afbeelding boven een nauwkeurige registratie door de camera.
Julia Margaret Cameron leerde als pionier weliswaar de beeldtaal van de schilderkunst, maar ze gebruikte daarbij de specifieke mogelijkheden van de camera; hier met een kleine bewegingsonscherpte.

 

Zij was een van de eerste fotografen die het er niet om ging een registratie te maken of een zo realistisch mogelijk beeld weer te geven, maar om doelgericht een gevoel aan te spreken. Daarmee heeft ze voor de fotografie een van de eerste zogenaamde vormtoepassingen ontwikkeld. Hier vind je een korte documentaire over haar leven en werk.

 

John Thomson

Het was de pionier, fotograaf en geograaf John Thomson (1837-1921) die zich vanaf 1862 al bezighield met het maken documentaire fotografie. Hij maakte foto’s van de mensen tijdens zijn reizen naar het Verre Oosten en in de straten van zijn woonplaats Londen en was een van de grondleggers van de fotojournalistiek. Dit registreren van een niet-geregisseerde werkelijkheid is iets dat in de teken- en schilderkunst wel al was geprobeerd. De fotografie maakte het pas echt mogelijk om mensen gedetailleerd in beeld te brengen tijdens hun eigen dagelijkse beslommeringen. Men moest in Thomsons tijd nog wel wat te lang stil blijven staan (of zitten) voor een echt ‘spontane’ momentopname. Zover was de techniek nog niet. Maar wat wel bijvoorbeeld duidelijk te zien is aan de onderstaande afbeelding, is dat er al prima zeer gedetailleerde, ‘levensechte’ foto’s konden worden gemaakt.

Fotografie werd, naarmate de techniek zich ontwikkelde, meer en meer een momentopname. Ze weerspiegelde dus steeds meer een werkelijkheid waar mensen zich direct mee konden identificeren – een werkelijkheid die er meer uitziet zoals wij die waarnemen met onze eigen ogen.

John Thomson pionierde met zijn documentaire straatfotografie en fotografeerde in Londen het dagelijks leven; hier een aantal buren aan de praat met de kruideniersvrouw.
Foto: John Tomson

Iemand als Thomson werd in die tijd echter nog altijd eerder gezien als een bedreven ‘machine-bediende’ en niet als kunstenaar. Een foto maken, dat deed de camera en niet de persoon erachter. Een foto maken vergt dus geen kunstenaarschap; kunst is iets wat je schépt, met je handen!

De fotografie zou haar status als kunstvorm flink moeten bevechten. Zeker nu de schilderkunst met een gerust hart haar registrerende taken aan deze machine-bedienden kon overlaten, zodat het moderne Impressionisme en Expressionisme tot volle bloei konden komen.

 

Het Picturalisme

Om het beeld van de fotograaf als bediener van het apparaat te ontstijgen en een kunstenaarsstatus te verwerven, begonnen steeds meer fotografen hun beelden handmatig te manipuleren. En zo ontstond het Picturalisme.

Het Picturalisme is een stroming waarbij fotografie als een op zichzelf staande kunstvorm benaderd wilde worden. De afbeeldingen waren meestal sfeervol. Ze hadden vaak iets mysterieus en bevatten duidelijke invloeden uit de Romantiek. Ook leken ze vaak eerder op etsen of houtskooltekeningen dan op een foto.

En om die indruk op te roepen werd vooral gebruik gemaakt van effecten zoals vervaging en contrast. Foto’s leken zo net schilderijen uit de Romantiek of zelfs uit het Impressionisme. Daarbij werden dezelfde esthetische waarden als in de klassieke kunsten gehanteerd – zo ook de toepassing van de gulden snede. Zo zou de fotografie daadwerkelijk als kunstvorm worden geaccepteerd en niet enkel als een objectief registratiemiddel.

 

Alfred Stieglitz was een het Picturalist pur sang en hij leidde de groep The Photo-Seccession, die de fotografie tot de hoge kunsten wilde verheffen.
Mending Nets door Alfred Stieglitz, 1894

 

In feite was er iets heel tegenstrijdigs aan de hand: als je een ‘echt’ beeld maakte met je camera, dan was het al geen kunst meer. En dus werd het beeld zoveel mogelijk gemanipuleerd om maar iets te creëren waar de fotografie juist helemaal niet voor is uitgevonden. Het wordt een wazig, onduidelijk, vlekkerig beeld dat veel ruimte voor eigen invulling overlaat aan de kijker .

“We must understand that, on undertaking pictorial photography, we have, unwittingly perhaps, bound ourselves to the strict observance of rules hundreds of years more ancient than the oldest formulae of our chemical craft. We have slipped into the Temple of Art by a back door, and found ourselves amongst the crowd of adepts.”

Robert Demachy (1859-1936)

 

Pas na 1910 begint de fotografie zich voorzichtig los te maken van schilderkunst en komt er een eigen ontwikkeling op gang, waarbij men de eigen aard, mogelijkheden, functies en ook grenzen van dit medium gaat onderzoeken en uitdiepen. Tijdens dit losmakingsproces begint men zich ook meer en meer te realiseren dat de esthetische conventies uit de schilderkunst binnen de fotografie misschien wel geen plek meer hebben. Zo ook de gulden snede.

Paul Strand experimenteerde in zijn fotografie onder andere met de effecten van camerastandpunt, zoals op deze foto de voorbijgangers op Wall Street van een beschouwend perspectief
Wall Street door Paul Strand, 1915

 

5 Redenen om de gulden snede niet toe te passen in je fotografie 

Zoals je kunt zien, werd er tijdens het Picturalisme prachtig en interessant werk gecreëerd. Ook hedendaagse kunstenaars die op deze stroming voortbouwen, hebben fantastische en betekenisvolle beelden voortgebracht.

De esthetische fotografie heeft haar eigen plek binnen de fotografie dan ook al lang en breed gevestigd en zal die ook altijd behouden. Maar in dit artikel willen we je laten zien dat de fotografie veel meer kan bieden en betekenen dan dat.

 

1. Fotografie heeft andere wetmatigheden dan schilderkunst

Een foto komt op een heel andere manier tot stand dan een schilderij en daardoor verschillen fotografie en schilderkunst wezenlijk van elkaar. Zo is camera een verlengstuk van de ogen van de fotograaf en niet van diens handen, zoals het penseel dat is voor de kunstschilder.

Een schilder begint bovendien met een leeg doek. Met alles wat op dat doek wordt aangebracht, elke streek, punt, elk vlak, maakt zij of hij het beeld complexer. Een fotograaf begint met de hele wereld. Met elke keuze van wat er wel en niet binnen het kader wordt opgenomen, maakt zij of hij het beeld ordelijker.

En de camera laat ons zien wat onze ogen zien – zonder tussenkomst of invulling van ons brein.

“I photograph to find out what something will look like photographed.”

Garry Winogrand (1928-1984)

 

Dat een foto op een andere manier tot stand komt én op een andere manier wordt bekeken dan een schilderij wordt duidelijk met dit affiche door Walker Evans.
Penny Picture Display door Walker Evans, 1936

2. Wij kijken daardoor anders naar een foto dan naar een schilderij

Wanneer je naar een foto kijkt, kijk je mee door de lens/ogen van de fotograaf. Bij een schilderij kijk je naar de penseelstreken: de maker en diens ambacht. De maker drukt diens werkelijkheid uit met elke penseelstreek, de fotograaf legt haar vast, met één klik op de afdrukknop.

Omdat een camera de werkelijkheid registreert, reageren onze ogen en hersenen ook op die manier op een fotografische afbeelding. En dat roept vragen op over het gebruiken van de gulden snede in een foto.

Want we vinden het misschien wel heel normaal als een onderwerp netjes een beetje op een derde van een foto is gepositioneerd. Maar als wij op dezelfde manier naar dat onderwerp zouden moeten kijken, dan zouden we daar niet vrolijk van worden. Want we moeten dan onze focus bewust weg bewegen van het midden. Onze ogen zijn daar echter automatisch op gericht. En omdat de camera het verlengstuk is van onze ogen, reageren onze hersenen ook als zodanig wanneer we een foto zien.

Foto: Thomas Struth

3. Fotografie is nu eenmaal meer dan enkel een registratie-instrument

Dat de fotografie haar status van registratieinstrument al lang en breed ontgroeid is, moge duidelijk zijn. We kunnen er inmiddels ook veel meer mee dan het nabootsen van de ambachtelijke effecten van mooie romantische schilderijen, om er vervolgens enkel gevoelens van verwondering, weemoed, en mysterie mee op te roepen.

Zoals hierboven al werd verteld, kwamen er na 1910 andere stromingen op gang, zoals de Nieuwe Fotografie en Postmodernisme. Deze stromingen onderzochten de functie, mogelijkheden én de beeldtaal van de fotografie en werkten deze verder uit.

Zo is bijvoorbeeld standpuntbepaling een belangrijke factor in wat een foto bij de kijker oproept. Wanneer je een object in beeld brengt zoals we naar iets kijken: recht van voren, dan communiceren we iets heel anders dan wanneer we datzelfde object vanuit de lucht zouden laten zien. Dat laatste geeft een beschouwend effect en straalt zelfs een bepaalde autoriteit uit van de fotograaf – en dus de kijker. Maar wanneer je juist het object of de persoon in je beeld autoriteit wil geven, dan fotografeer je het vanuit een lager standpunt. Je maakt deze keuzes in je compositie dus niet om een mooi beeld te creëren, maar om er iets mee duidelijk te maken.

Thomas Struth bezig met zijn camerastandpunt met behulp van een verhoogd statief
Thomas Struth

4. Fotografie heeft een eigen taal.

Schrijven en spreken verhouden zich over het algemeen, wat betreft tempo en directheid, hetzelfde tot elkaar als schilderen en fotograferen dat kunnen.

“Just the way when people write, they use a different language than they use when they speak. The language may be a little more stilted, it may be a little more formal. And I wanted to get to that quality of speaking.” 

Stephen Shore (geb. 1947)

 

Fotografeer je volgens de geschreven, poëtische taal uit de Romantiek, dan creëer je een esthetisch beeld en als je niet uitkijkt, is je verhaal daar al snel ondergeschikt aan. Fotografeer je echter volgens de gesproken taal, dan komt het verhaal direct op de voorgrond.

Vertel je met jouw foto dus wel wat je wil communiceren? Wat ‘zeg’ je eigenlijk met die stijlvolle scherpte-diepte, vervaging en vlakverdeling? Om in de vergelijking te blijven: in de ‘schrijftaal’ van de schilderkunst zijn het vast prachtige woorden en zinnen. Maar wanneer ze in een informeel gesprek zouden worden uitgesproken, dan communiceer je er wellicht iets heel anders mee dan je bedoelt.

In deze afbeelding van Lucia Berg is de gulden snede losgelaten: alles wat belangrijk is staat in het midden.
Foto: Lucia Berg

Terug naar de gulden snede. Wanneer je deze bijvoorbeeld toepast op een afbeelding van zee en lucht, dan zet je de horizon op een van de twee horizontale lijnen volgens deze verhouding. Dat zou dan esthetisch verantwoord zijn. Maar daarmee zeg je wél dat de lucht, dan wel de zee, belangrijker is, want de een krijgt meer plek in het beeld dan de ander.

Wanneer de zee en de lucht in jouw beeld even belangrijk zijn, dan communiceer je dat enkel door de horizon in het midden te plaatsen, zodat beiden in het beeld evenveel aan bod komen.

Voorbeeld: door de borden in het midden te zetten, laat Chris de Bode in zijn Project One Meal a Day zien dat het om de borden gaat, dus niet om de esthetiek. (Door de belichting en kleurgebruik gaat de esthetiek hier overigens niet volledig verloren en met de witte achtergrond krijgt het geheel een gestileerd, grafisch effect.) Maar door enkele foto’s van borden naast elkaar te zetten, stelt hij een vraag aan de toeschouwer en begint het verhalende aspect de boventoon te krijgen.

Enkele beelden uit 'One Meal a Day' door Chris de Bode: visual storytelling die het leven van mensen, die in andere omstandigheden verkeren dan wij, in één keer dicht bij de kijker brengt.
Foto: Chris de Bode

5. De gulden snede is geen garantie voor schoonheid

Nadat je dit alles hebt gelezen, blijf je wellicht denken: alles goed en wel, maar ik hou gewoon van mooie foto’s. De schoonheid in de kunsten staat bij veel mensen nu eenmaal hoog in het vaandel. Niemand houdt je natuurlijk tegen om daar de gulden snede voor in te zetten.

Echter, het gebruiken van de gulden snede of de regel van derden is geen garantie voor een goede foto – en andersom kan een afbeelding zonder de gulden snede heel goed schoonheid overbrengen. Regels zijn er tenslotte om gebroken te worden.

“It doesn’t have to be pretty to be true. But if it’s true it’s beautiful. Truth is beautiful.”

Roy DeCarava (1919-2009)

 

Harry Callahan snijdt het beeld door de helft door een enorme paal in het midden te plaatsen, waar het onderwerp tegenaan leunt.
Foto: Harry Callahan

Kortom

Er wordt hier niet betoogd dat je voortaan lelijke plaatjes zult moeten schieten, wil je jezelf als fotograaf serieus kunnen nemen. Nog altijd worden er bovendien binnen de fotografie grote successen behaald met Picturalistische afbeeldingen, waarbij de esthetiek de hoogste waarde heeft. Er zijn zelfs grote kunstenaars onder ons die het lukt om hun op schoonheid gecomposeerde beelden te doordringen van een diep, poëtisch of zelfs spiritueel, verhaal.

Maar zodra je met jouw beelden meer wil gaan vertellen dan enkel hoe mooi of aantrekkelijk ze zijn (of hoe kunstig ze zijn bewerkt) dan zul je al snel merken dat de gulden snede je daarbij in de weg gaat zitten. Je hebt ruimte nodig om te onderzoeken hoe je met je beelden jouw boodschap over kunt brengen. En zodra je dat doet, zul je zien dat er veel meer ‘fotografische deuren’ voor je opengaan dan je wist dat er bestonden.

Dus: grijp de uitdaging aan, zeg wat je met je foto’s wilt zeggen en bevrijd jezelf uit het ‘keurslijf’ van de gulden snede!

Adrian Paci maakte een filmstill van een vliegtuigtrap vol met mensen, zonder vliegtuig en roept daarmee vele vragen op over mensen, hun verlangens en wat hen beweegt.
Foto: Adrian Paci

Bronnen: WikipediaYouTube; Priya Hemenway, De Geheime Code – de gulden snede als goddelijke verhouding in kunst, natuur en wetenschap | Φ, Librero 2009

Dit bericht heeft 3 reacties.

  1. ad

    zie ook het boek “Handboek kadreren in fotografie en film”van Theo Coolsma (focus Publishing)

  2. Ques

    Eerst en vooral: schilders passen niet altijd de gulden snede toe. Sommigen zijn er zelfs nooit mee bezig.
    Als je de zee en de lucht verdeelt volgens de gulden snede wil dat niet zeggen dat je een van beide meer belang geeft. Je kan beide ook als één geheel zien. De gulden snede is een regel die een vlak op een bepaalde manier verdeelt en tegelijk twee vlakken op een harmonieuze manier tot een eenheid brengt. Bekijk het als yin en yang.
    Er is wel een verschil tussen een vlak verdelen volgens de regel van drie en volgens de gulden snede. Beide verhoudingen verschillen niet veel maar geven toch een heel ander gevoel.
    Het zoals een paal die perfect in het midden van een beeld staat of enkele centimeters erbuiten staat: het verschil zie én voel je dadelijk.
    De regel van drie pas ik in fotografie nooit toe, maar de gulden snede soms wel. Ook het perfecte midden zoek ik niet vaak op maar soms bewust wél.
    Vaak zie ik foto’s van een roltrap (in een station of een warenhuis) die perfect in het midden staat. Dat vind ik dan snel saai, vooral als de linker- en rechterkant identiek dezelfde informatie geven. De gulden snede verhouding zou dan een mogelijk alternatief zijn.
    Op hierboven afgebeelde foto van Harry Callahan staat de vrouw ook pal in het midden maar wordt de foto boeiend omdat de linker- en rechterkant een andere inhoud hebben.

Geef een antwoord