De ‘gulden snede’ is sinds jaar en dag dé tool waarmee een beeldend kunstenaar zich ervan verzekert een harmonieus beeld te creëren. Van architectuur, beeldhouw- en schilderkunst tot in de muziek werd deze regel, die is gebaseerd op een wiskundig principe, toegepast en dan ook automatisch doorgegeven aan de fotografie.

 

In dit artikel kom je erachter wat die gulden snede nou precies is. Maar bovenal zul je erachter komen dat je haar in je fotografie misschien helemaal niet wil toepassen; en daarvoor geven we je straks vijf redenen.

 

Deze rechthoek is ingedeeld volgens deverhouding van de gulden snede en wanneer het beeld langs deze lijnen en snijpunten is ingedeeld, dan zorgt dit al snel voor een mooie compositie

 

Wat is de gulden snede?

De gulden snede is onderdeel van de (klassieke) compositieleer, die zich, heel kort samengevat, bezighoudt met de manier waarop alles in een beeld idealiter is gerangschikt en zich tot elkaar verhoudt.

De gulden snede is in de schilderkunst een manier om een vlak te verdelen en is gebaseerd op een wiskundig principe uit de klassieke oudheid. De verhouding van de gulden snede is 0,618. In onderstaande afbeelding zie je hoe een vlak volgens de verhouding van de gulden snede is ingedeeld. De objecten waar je de aandacht van de kijker op wil richten en de vlakverdeling plaats je langs deze lijnen en op de snijpunten van die lijnen.

 

Idealiter wordt een vlak volgens de compositieleer ingedeeld naar de lijnen van deze Fibonacci-spiraal.

 

De gulden snede is vooral populair omdat deze verhouding in de natuur terug te vinden zou zijn – met name in spiralen en de Fibonacci-reeks – en dan zou ook voldoen aan een ‘goddelijk principe’. En om die reden zou, de mens hier ook in de kunst een esthetische waarde in vinden. En inderdaad vinden we een foto, waarbij deze verhouding is toegepast, al snel mooi. (De vereenvoudigde versie van de gulden snede is de ‘regel van derden’, waarbij de lijnen allemaal precies op dezelfde afstand van elkaar liggen. In dit artikel kun je de gulden snede dus ook lezen als de regel van derden.)

 

Dus als je een mooie foto wil maken en er zoveel mogelijk likes mee wil genereren op je social media, zet dan de gulden snede in. Succes gegarandeerd; de oohh’s en aahh’s zullen niet van de lucht zijn. En als dat het effect is waar je voor ging, dan ben je nu klaar met het lezen van dit artikel.

 

Maar…

Nou, dat is dan mooi, kun je nu denken, bedankt voor de tip. Ik pak mijn camera en ga hier lekker mee aan de slag. Maar dan willen wij je toch dringend adviseren daar nog even mee te wachten. We geven je straks namelijk vijf redenen om hier juist niet lekker mee aan de slag te gaan.

 

En als je na het lezen van dit artikel toch liever de gulden snede toepast in je fotografie en een ‘esthetisch verantwoorde registratie’ wil maken van wat jij om je heen ziet, dan is dat natuurlijk geweldig. Fotografie is er tenslotte voor alle smaken en iedereen is vrij om er haar of zijn eigen invulling aan te geven. Gelukkig maar.

 

Van ‘machine-bediende’ naar kunstenaar: de pioniers

Voor we ons punt maken, nemen we je mee terug in de tijd, naar het begin van de fotografie – en wat er toen gebeurde.

 

De fotografie werd, begin negentiende eeuw, in de eerste plaats uitgevonden als een wetenschappelijk instrument waarmee onderzoek werd gedaan. Het was hét medium waarmee de dingen perfect konden worden geregistreerd, precies zoals ze er (op dat ene moment) uitzagen. Dit kan een fototoestel bij uitstek.

 

En zo werd de camera al snel gebruikt om niet-wetenschappelijke objecten te registreren – veelal door scheikundigen die zich in de mogelijkheden van deze nieuwe uitvinding wilden verdiepen. En door kunstenaars, die de fotografie gebruikten om hun werk te perfectioneren en onderzoek te doen. Dat was op zich niet nieuw: grote meesters zoals Johannes Vermeer maakten voor hun schilderijen al gebruik van de camera obscura. In dit licht is de documentaire Tim’s Vermeer interessant.

 

Hill & Adamson

Zo leken de schilderkunst en de fotografie een tijd lang hand in hand te gaan; echter, het duurde niet lang of hun wezenlijke verschil werd ook duidelijk. Toen kunstschilder David Octavius Hill in 1843 van de Vrije Kerk van Schotland de overweldigende opdracht kreeg om alle 470 afgevaardigden tezamen in beeld te brengen, riep hij de hulp in van scheikundige en fotografie-pionier Robert Adamson.

 

Hill en Adamson kwamen tot de ontdekking dat er met de fotografie een compleet ander portret ontstaat. Dat is, doordat de persoon voor de beeltenis geen dagen, maar slechts een aantal minuten stil hoeft te staan. Hill schreef deze bevindingen op en zo leidde deze samenwerking tot de eerste beschrijving van het zogenaamde ‘beeldbewustzijn’ van het wezenlijke verschil tussen fotografie en schilderen.

 

Julia Margaret Cameron

Julia Margaret Cameron (1815-1879) kreeg van haar man en dochter een camera en begon ermee te experimenteren. Het Picturalisme moest nog op gang komen en het fototoestel werd enkel nog gezien als een apparaat om de werkelijkheid mee weer te geven.

 

Maar Cameron wilde expressieve beelden maken, een gevoel en een boodschap met haar beeld overbrengen. Onder andere door bewegingsonscherpte toe te passen en zo de beelden, heel subtiel, meer los van het vlak te maken.

 

Julia Margaret Cameron leerde als pioneer weliswaar de beeldtaal van de schilderkunst, maar ze gebruikte daarbij de specifieke mogelijkheden van de camera; hier met een kleine bewegingsonscherpte
Julia Margaret Cameron leerde als pioneer weliswaar de beeldtaal van de schilderkunst, maar ze gebruikte daarbij de specifieke mogelijkheden van de camera; hier met een kleine bewegingsonscherpte.

 

Zij was de eerste fotograaf die het er niet om ging een registratie te maken of een zo realistisch mogelijk beeld weer te geven, maar om doelgericht een gevoel aan te spreken. Daarmee heeft ze voor de fotografie een van de eerste zogenaamde vormtoepassingen ontdekt. Hier vind je een mooie docu over haar leven en werk.

 

John Thomson

Fotografie wordt, naarmate de techniek zich ontwikkelt, meer en meer een momentopname en weerspiegelt dus steeds meer een werkelijkheid waar mensen zich direct mee kunnen identificeren – een werkelijkheid die er meer uitziet zoals wij die waarnemen met onze eigen ogen.

 

Het was de pionier, fotograaf en geograaf John Thomson (1837-1921) die zich vanaf 1862 al bezighield met het maken documentaire fotografie. Hij maakte foto’s van de mensen tijdens zijn reizen naar het Verre Oosten en in de straten van zijn woonplaats Londen en was een van de grondleggers van de fotojournalistiek. Dit registreren van een niet-geregisseerde werkelijkheid is iets dat in de teken- en schilderkunst wel al was geprobeerd, maar de fotografie maakte het pas echt mogelijk om mensen in beeld te brengen tijdens hun eigen dagelijkse beslommeringen. Men moest in Thomson’s tijd nog wel wat te lang stil blijven staan (of zitten) voor een echt ‘spontane’ momentopname. Zover was de techniek nog niet. Maar wat wel bijvoorbeeld duidelijk te zien is aan de onderstaande afbeelding, is dat er al prima zeer gedetailleerde, ‘levensechte’ foto’s konden worden gemaakt.

 

Foto: John Tomson

 

Iemand als Thomson werd in die tijd echter nog altijd eerder gezien als een bedreven ‘machine-bediende’ en niet als kunstenaar. Een foto maken, dat deed de camera en niet de persoon erachter. Een foto maken vergt dus geen kunstenaarschap; kunst is iets wat je schépt, met je handen!

 

De fotografie zou haar status als kunstvorm flink moeten bevechten. Zeker nu de schilderkunst met een gerust hart haar registrerende taken aan deze machine-bedienden kon overlaten en de moderne stromingen impressionisme en expressionisme tot volle bloei konden komen.

 

Het Picturalisme

Om het beeld van de fotograaf als bediener van het apparaat te ontstijgen, begon men de gemaakte beelden handmatig te manipuleren. Dit werd in de negentiende eeuw gezien als enige manier waarop een fotografische afbeelding zich de titel ‘kunst’ kon verwerven. En zo ontstond het Picturalisme.

 

Het Picturalisme is een stroming waarbij fotografie als een op zichzelf staande kunstvorm werd benaderd. De afbeeldingen waren meestal sfeervol, hadden vaak iets mysterieus en bevatten duidelijke invloeden uit de Romantiek; of ze leken eerder op houtskooltekeningen dan op een foto…

 

En om die indruk op te roepen werd vooral gebruik gemaakt van effecten zoals vervaging en contrast. Foto’s leken zo net schilderijen uit de Romantiek of zelfs het Impressionisme!

Bovendien werden dezelfde esthetische waarden gehanteerd, zo ook de toepassing van de gulden snede.

 

En dit alles om ervoor te zorgen de gemaakte beelden daadwerkelijk als kunst worden geaccepteerd en niet enkel als objectieve registratie.

 

Foto: Alfred Stieglitz

 

In feite was er iets heel tegenstrijdigs aan de hand: als je een ‘echt’ beeld maakte met je camera, dan was het al geen kunst meer en zo werd het beeld zoveel mogelijk gemanipuleerd om maar iets te creëren waar het juist helemaal niet voor is uitgevonden; een wazig, onduidelijk, vlekkerige foto die veel ruimte voor eigen invulling overlaat aan de kijker .

 

“We must understand that, on undertaking pictorial photography, we have, unwittingly perhaps, bound ourselves to the strict observance of rules hundreds of years more ancient than the oldest formulae of our chemical craft. We have slipped into the Temple of Art by a back door, and found ourselves amongst the crowd of adepts.”

Robert Demachy (1859-1936)

 

Pas na 1910 begint de fotografie zich voorzichtig los te maken van schilderkunst en komt er een eigen ontwikkeling op gang, waarbij men de eigen aard, mogelijkheden, functies en ook grenzen van dit medium ging onderzoeken en uitdiepen. Tijdens dit losmakingsproces begon men zich ook meer en meer te realiseren dat de esthetische conventies uit de schilderkunst binnen de fotografie misschien wel geen plek meer hebben… zo ook de gulden snede.

 

Foto: Paul Strand

 

Zoals je kunt zien, werd er tijdens het Picturalisme prachtig werk gecreëerd. Ook hedendaagse kunstenaars die op deze stroming voortbouwen, hebben fantastische en betekenisvolle beelden voortgebracht.

 

De esthetische fotografie heeft haar eigen plek binnen de fotografie dan ook al lang en breed gevestigd en zal die ook altijd behouden. Maar in dit artikel willen je we je er wel van bewust maken dat de fotografie veel meer kan bieden en betekenen dan dat. En daarom komen we hier met

 

5 redenen om de gulden snede niet toe te passen in je fotografie

 

1.     Fotografie heeft andere wetmatigheden dan schilderkunst

Een foto komt op een totaal andere manier tot stand dan een schilderij en daardoor verschillen fotografie en schilderkunst wezenlijk van elkaar. 

Zo is camera een verlengstuk van de ogen van de fotograaf en niet van diens handen, zoals een potlood of een penseel.

Een schilder begint bovendien met een leeg doek, en met alles wat op dat doek wordt aangebracht, elke streek, punt, elk vlak, maakt zij of hij het beeld complexer. Een fotograaf begint met de hele wereld en met elke keuze van wat er wel en niet binnen het kader wordt opgenomen, maakt zij of hij het beeld ordelijker.

En de camera laat ons zien wat onze ogen zien – zonder tussenkomst en invulling van ons brein.

 

 

“I photograph to find out what something will look like photographed.”

Garry Winogrand (1928-1984)

 

Foto: Walker Evans

2.     Wij kijken daardoor anders naar een foto dan naar een schilderij

Wanneer je naar een foto kijkt, kijk je mee door de lens/ogen van de fotograaf. Bij een schilderij kijk je naar de penseelstreken: de maker en diens ambacht.

 

Omdat een camera de werkelijkheid registreert, reageren onze ogen en hersenen ook op die manier op een fotografische afbeelding. En dat roept vragen op over het gebruiken van de gulden snede in een foto.

 

Want we vinden het misschien wel heel normaal als een onderwerp netjes een beetje op een derde van een foto is gepositioneerd, maar als wij op dezelfde manier naar dat onderwerp zouden moeten kijken, dan zouden we daar niet vrolijk van worden. Want we moeten dan onze focus bewust weg bewegen van het midden, waar we automatisch met onze ogen op gericht zijn. En omdat de camera het verlengstuk is van onze ogen, reageren onze hersenen ook als zodanig wanneer we een foto zien.

 

Foto: Thomas Struth

 

3.      Fotografie is nu eenmaal meer dan enkel een registratie-instrument

Dat de fotografie haar status van registratieinstrument al lang en breed ontgroeid is, moge duidelijk zijn. We hoeven er ook niet langer enkel de ambachtelijke effecten van mooie romantische schilderijen mee na te bootsen, om er vervolgens enkel gevoelens van verwondering, weemoed, en mysterie mee op te roepen, zoals dat in het Picturalisme gebeurde – en nog steeds gebeurt.

 

Binnen de fotografie kwamen sinds het Picturalisme andere stromingen op gang zoals het Nieuwe Fotografie en Postmodernisme; en door allen werden de functie, mogelijkheden én de beeldtaal van de fotografie verder onderzocht en uitgewerkt.

 

 

Om een concreet voorbeeld te geven; we zeggen ook iets over ons onderwerp met bijvoorbeeld onze standpuntbepaling. Wanneer je een object in beeld brengt zoals we naar iets kijken: recht van voren, dan communiceren we iets heel anders dan wanneer we datzelfde object vanuit de lucht zouden laten zien – dit geeft een beschouwend effect en straalt zelfs een bepaalde autoriteit uit van de fotograaf – en dus de kijker. Maar wanneer je juist het object of de persoon in je beeld autoriteit wil geven, dan fotografeer je het vanuit een lager standpunt. Je maakt deze compositie-keuzes dus niet om een mooi beeld te creëren, maar om er iets mee duidelijk te maken.

 

Thomas Struth
Thomas Struth

 

4.     Fotografie heeft een eigen taal.

Schrijven en spreken verhouden zich, wat betreft tempo en directheid, hetzelfde tot elkaar als schilderen en fotograferen.

 

“Just the way when people write, they use a different language than they use when they speak. The language may be a little more stilted, it may be a little more formal. And I wanted to get to that quality of speaking.” 

Stephen Shore (geb. 1947)

 

Fotografeer je volgens de geschreven taal uit de Romantiek, dan creëer je een esthetisch beeld en daar is het verhaal dan ondergeschikt aan. Fotografeer je volgens de gesproken taal, dan komt het verhaal op de voorgrond.

 

Dus, vertel je met jouw foto wel wat je wil communiceren? Wat zeg je eigenlijk met die scherpte-diepte, vervaging en vlakverdeling? Om in de vergelijking te blijven: misschien zijn het in de schrijftaal van de schilderkunst prachtige woorden en zinnen, maar wanneer ze in een informeel gesprek zouden worden uitgesproken, dan communiceer je daar iets heel anders mee.

Foto: Lucia Berg

 

Wanneer je de gulden snede bijvoorbeeld toepast op een afbeelding van de zee en de lucht, dan zet je de horizon op een van de twee horizontale lijnen volgens deze verhouding. Dat zou dan esthetisch verantwoord zijn, maar daarmee zeg je wél dat de lucht, dan wel de zee, belangrijker is, want de een krijgt meer plek in het beeld dan de ander. Wanneer beiden in jouw beeld even belangrijk zijn, dan communiceer je dat enkel door de horizon in het midden te plaatsen, zodat beiden in het beeld evenveel aan bod komen.

 

Voorbeeld: door de borden in het midden te zetten, laat Chris de Bode in zijn Project One Meal a Day zien dat het om de borden gaat, dus niet om de esthetiek. (Door de belichting en kleurgebruik gaat de esthetiek hier overigens niet volledig verloren en met de witte achtergrond krijgt het geheel een gestileerd, grafisch effect.) Maar door enkele foto’s van borden naast elkaar te zetten, stelt hij een vraag aan de toeschouwer en begint het verhalende aspect de boventoon te krijgen.

 

Een compilatie van beelden uit One Meal a Day Chris de Bode
Foto: Chris de Bode


5.     De gulden snede is geen garantie voor schoonheid

Nadat je dit alles hebt gelezen, blijf je wellicht denken: alles goed en wel, maar ik hou gewoon van mooie foto’s; de schoonheid in de kunsten staat bij mij nu eenmaal hoog in het vaandel.

En dan houdt niemand je natuurlijk tegen om hier de gulden snede voor in te zetten.

 

Echter, het gebruiken van de gulden snede of de regel van derden is geen garantie voor een goede foto – en andersom kan een afbeelding zonder de gulden snede heel goed schoonheid overbrengen. Regels zijn er tenslotte om gebroken te worden.

 

 

“It doesn’t have to be pretty to be true. But if it’s true it’s beautiful. Truth is beautiful.”

Roy DeCarava (1919-2009)

 

 

Foto: Harry Callahan

Kortom

Er wordt hier niet beweerd dat je voortaan lelijke plaatjes zult moeten schieten, wil je jezelf als fotograaf serieus kunnen nemen. Nog altijd worden er bovendien binnen de fotografie grote successen behaald met picturalistische afbeeldingen, waarbij de esthetiek de hoogste waarde heeft.

 

Maar zodra je met jouw beelden meer wil gaan vertellen dan enkel hoe mooi of aantrekkelijk ze zijn (of hoe kunstig ze zijn bewerkt) dan zul je al snel merken dat je de gulden snede maar beter los kunt laten en beginnen te onderzoeken hoe je met je beelden je boodschap over kunt brengen. En zodra je dat doet, zul je zien dat er veel meer ‘fotografische deuren’ voor je opengaan dan je wist dat er bestonden.

 

Dus: grijp de uitdaging aan, zeg wat je met je foto’s wilt zeggen en bevrijd jezelf uit het ‘keurslijf’ van de gulden snede!

 

Foto: Luigi Ghirri

bronnen: Wikipedia; YouTube; Priya Hemenway, De Geheime Code – de gulden snede als goddelijke verhouding in kunst, natuur en wetenschap|Φ, Librero 2009

Dit bericht heeft 2 reacties.

  1. ad

    zie ook het boek “Handboek kadreren in fotografie en film”van Theo Coolsma (focus Publishing)

Geef een reactie