Huang Qingjun reisde 10 jaar lang naar 14 van de 33 provincies van China, om daar mensen en hun bezit te fotograferen. 


De resultaten bieden een glimp van het functionele leven van miljoenen ‘gewone’ Chinezen die, op het eerste gezicht, niet lijken te zijn meegevoerd door dezelfde modernisering die honderden miljoenen anderen naar de steden heeft gelokt. Maar in close-up tonen de foto’s ook de enorme sociale veranderingen die plaats hebben gevonden binnen één generatie op het platteland.

 “Het leven van de mensen is anders dan voorheen. Hun besteedbaar inkomen is niet in verhouding als in de steden, maar hun denken is wel veranderd”, aldus Huang (49), geboren in Daqing en woonachtig in Beijing. Huang nam zijn eerste foto’s als tiener, geïnspireerd door een oom, in een tijdperk waarin de voor de hand liggende hobby’s voor de jongeren kalligrafie en zingen waren. Op zijn 18e werd zijn eerste camera aangeschaft en het apparaat had de status van het waardevolste object in de familie.

Het idee voor de serie Family Stuff kwam in 2003, met enkele foto’s die hij nam voor de Chinese National Geographic. Maar het project kwam 3 jaar later pas goed op gang toen Huang in China begon te reizen op zoek naar geschikte plaatsen en mensen. Zijn plan is om terug te keren naar de plekken die hij in het begin bezocht, om te zien wat er is veranderd. Huang: “In de afgelopen 10 jaar heeft China zo’n snel tempo van groei gezien, nu wil ik teruggaan en ervaren wat de effecten zijn op hun leven.”

Vormtechnisch laat Huang een interessante typologie zien, een toepassing die we in de geschiedenis van de beeldtaal met regelmaat voorbij zien komen.

Vind je dit een interessant artikel? Kijk ook eens naar Nadav Kander.

Geef een antwoord