Als Jacob Riis op 21 jarige leeftijd vanuit Denemarken in 1870 in New York aankomt, belandt hij in een sloppenwijk.

Hier leeft hij 3 jaar onder erbarmelijke omstandigheden voordat hij werk krijgt als journalist-fotograaf bij de New York News Association.

De stad zit vol met immigranten en alleen al in Manhattan ‘Lower East Side’ wonen een half miljoen mensen op een kleine vierkante kilometer. In 1873 krijgt hij werk bij de krant en naast het schrijven leert hij zichzelf fotograferen, zelfs met flits. Hij ontsteekt flitspoeder in een koekepan (is er bijna zelf blind door geworden vanwege een te dichte ontploffing) en heeft zo de gelegenheid om de donkere ‘grochten’ te belichten waar hij zelf 3 jaar in had gezeten. In 1888 start hij zijn project/boek ‘How the other half lives’. Hier fotografeert hij de armoede in de sloppenwijken van de stad waar hij zelf deel van had uitgemaakt.

 

Mede door zijn contacten bij de krant en zijn (documentair-journalistieke) fotografie probeert hij verandering voor de kritieke situatie te krijgen. En die krijgt hij van niemand minder dan Theodore Roosevelt, bestuurslid van het New Yorkse politieapparaat. Beiden worden vrienden voor het leven en als President beschrijft Roosevelt Riis als; “the most useful citizen of New York”.
Omdat nu iedereen een camera bij zich draagt en 80% zichzelf een uitstekende fotograaf vind (volgens recent onderzoek) vragen wij ons ernstig af waarom we dan nog steeds armoede kennen?

https://www.youtube.com/watch?v=EACoIbokOcc

 

 

 

Geef een reactie