“Wat is focus en wie heeft het recht te zeggen welke focus de legitieme focus is? Vanaf het eerste moment heb ik mijn lens met een tedere vurigheid gehanteerd, en hij is voor mij geworden als een levend ding, met stem en geheugen en creatieve kracht.”

Julia Margaret Cameron

Wanneer je de geschiedenis van de kunstfotografie bestudeert, dan kun je niet om Julia Margaret Cameron heen. Zij wordt wel de belangrijkste portretfotograaf van de negentiende eeuw genoemd. Cameron werd beroemd om haar gevoelige en dynamische close-up portretten; maar vooral door haar virtuoze toepassing daarbij van soft-focus. Cameron was de eerste fotograaf die hiermee in haar beelden een diep etherisch, spiritueel gevoel wist over te brengen. Haar artistieke missie werd door fotografen in haar eigen tijd verguisd maar bleek van groot belang. In dit artikel lees je over deze bijzonder energieke vrouw, haar missie en haar werkwijze.

Een kind van de Victoriaanse tijd

Als haar leven niet zo’n speelfilm waardig fragment van de Victoriaanse lifestyle van de negentiende eeuw zou zijn, dan zou dit artikel na een korte paragraaf over haar jeugd beginnen met het moment waarop Julia Margaret Cameron, op haar 48ste, haar eerste camera kreeg. Maar alles is verbonden en haar bijzondere werk en haar succes stoelden niet alleen op haar talent en haar onuitputtelijke energie. Ook haar omgeving en de mensen met wie zij zich omringd wist, speelden hierin een belangrijke rol.

Julia’s vader was werkzaam voor de Britse Oostindische Compagnie en Julia Margaret Pattle is geboren in Calcutta, India op 11 juni 1815. Om onderwijs te volgen bracht Julia een deel van haar jeugd door in Frankrijk bij haar aristocratische grootmoeder (wiens vader onder andere page was geweest van Marie-Antoinette). Na haar afstuderen ging Julia terug weer naar haar ouders in India.

In 1835 ontmoette Julia tijdens een verblijf in Kaap de Goede Hoop twee heren, die in haar verdere leven een prominente rol zouden spelen.

John Herschel-1867

John Herschel was een vooraanstaand astronoom en chemicus en een pionier in de fotografie. Herschel was zelfs de eerste die het woord photography (schrijven met licht) gebruikte voor de nieuwe uitvinding. Hij heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de fotochemische processen en hij  vond het fixeer proces uit. Herschel was in Zuid-Afrika om de hemel boven het zuidelijk halfrond te verkennen en hij en Julia raakten bevriend. 

Charles Hay Cameron-1871. Charles werd vaak ingezet als fotomodel – niet alleen voor eenvoudige portretten zoals deze, maar ook voor de meer theatrale foto’s van zijn vrouw. Op andere foto’s verschijnt hij als King Lear en als Merlijn.’

De jurist Charles Hay Cameron, die ook in India woonde, was in Kaap de Goede Hoop om te herstellen van malaria. Hoewel hij twintig jaar ouder was dan Julia, zouden zij twee jaar later met elkaar in het huwelijk treden. En Herschel werd de peetvader van hun eerste kind.

 

Moederschap en society life

De Camerons hebben samen in totaal elf kinderen opgevoed: vijf van henzelf, vijf van overleden familieleden en een Iers meisje dat ze bedelend hadden aangetroffen in het Londonse Putney Heath, Mary Ryan. Zij zou later vaak model staan in Camerons  werk.

Mary Ryan

Cameron blonk niet alleen uit als moederkloek; begin jaren veertig van de negentiende eeuw was zij een prominente gastvrouw binnen de Brits-Indische society, waardoor ze in contact kwam met allerlei beroemde grootheden, waaronder Charles Darwin.

Charles Darwin-1869

Herschel had Cameron kennis laten maken met de fotografie en zij was direct gefascineerd. Al snel ging ze zelf bezig met het afdrukken van foto’s van negatieven van anderen. En daarmee deed ze toen al ze iets anders dan haar tijdgenoten, die druk bezig waren met het verfijnen van hun technisch vernuft. 

Zo had ze een negatief van de Zweedse kunstfotograaf O.G. Rejlander afgedrukt en deze met varens omlijst. Cameron zag de fotografie vanaf het begin als een heel nieuw speelveld met ongekende artistieke mogelijkheden. 

Freshwater, de creatieve oaseIsland

In 1845 verhuisde de familie Cameron naar Londen. Charles ging met pensioen en investeerde in koffie- en rubberplantages op Ceylon. 

In die tijd was Little Holland House in Kensington een belangrijke ontmoetingsplek voor kunstenaars en intellectuelen. Camerons zus werkte er in een salon en daar leerde ze onder anderen de dichters Henry Taylor en Alfred Tennyson kennen, voor wie zij veel bewondering had. Cameron was veel bezig met kunst en literatuur – ze was zelf gaan schrijven – en deze scene inspireerde haar geweldig. 

Toen Julia in 1859 het huis van haar vriend Alfred Tennyson bezocht in Freshwater op Isle of Wight, was ze meteen verliefd; hier wilde ze blijven. Ze kocht een landgoed dat grensde aan dat van de Tennysons. Het huis werd genoemd naar van een van de plantages op Ceylon: Dimbola Lodge. 

De twee families maakten een opening tussen hun aangrenzende tuinen, waardoor zij met elkaar verbonden waren. Samen ontvingen en vermaakten zij er beroemde kunstzinnige gasten met poëzielezingen, muziek en toneel. Het duurde niet lang of Dimbola Lodge was net zo’n creatieve verzamelplek als het Londonse Little Holland House.

“It may amuse you, Mother…”

Charles moest in 1963 voor lange tijd naar Ceylon om er voor zijn koffieplantages te zorgen. Als troost gaven Julia’s dochter en haar schoonzoon haar een camera cadeau met een briefje erbij: “Misschien amuseert het u, moeder, om te fotograferen tijdens uw eenzaamheid in Freshwater.”

En zo begon voor Julia, op haar 48ste, een avontuur dat haar leven vanaf dat moment volledig in beslag zou nemen.

“Ik veranderde mijn kolenhok in mijn donkere kamer, en een glazen hoenderhok dat ik mijn kinderen had gegeven, werd mijn glazen huis. De kippen werden bevrijd, ik hoop en geloof niet opgegeten. … de samenleving van kippen en kuikens werd spoedig veranderd in die van dichters, profeten, schilders en lieftallige maagden…”

Cameron schrijft in haar onvoltooide memoires Annals of my Glasshouse dat zij geen idee had waar ze haar camera moest positioneren of hoe ze die scherp moest stellen. Maar ze stortte er zich volledig in. 

Bij elke stap in het fotografische proces – Cameron werkte met de natte plaat collodiumtechniek – kon er vanalles misgaan. Het toestel was een logge houten doos op een statief, zware glasplaten werden als negatieven gebruikt. De benodigde chemicaliën waren potentieel gevaarlijk. De materialen waren dus kwetsbaar en moesten met uiterste hygiène en precisie worden gehanteerd. 

Annie Philpot-1864

Na een jaar van talloze pogingen boekte ze haar ‘eerste succes’: een portret van de negenjarige Annie Philpot: “Ik was in vervoering van vreugde. Ik rende het hele huis door om kadootjes voor het kind te zoeken. Ik voelde me of zij de foto helemaal had gemaakt.”

Aan het werk

Na dit eerste succes begon zij haar gasten in Freshwater, waaronder de beroemde schrijvers en dichters en wetenschappers, te portretteren, maar ook anderen in haar omgeving, zoals haar huishoudster en kinderen van personeel. 

Vanaf het begin nam Cameron haar eigen werk als fotograaf serieus en zij hield zich actief bezig met de verkoop ervan. Het duurde niet lang of haar werk was gewild in de rest van Europa, ze won zelfs een gouden medaille in Berlijn. Ook kreeg zij twee studio’s in wat nu het Victoria & Albert Museum heet: zij was er de eerste kunstenaar in residentie. Het museum had tachtig afdrukken van haar gekocht. 

Cameron deed dus goede zaken, maar ze zag zichzelf in de eerste plaats als kunstenaar. Ze had geen commerciele studio en maakte nooit portretten in opdracht. Een verzoek daartoe zag ze zelfs als een belediging. 

Een vrouw met een missie

“Mijn streven is de Fotografie te veredelen en haar het karakter en het gebruik van de Hoge Kunst te verzekeren door het reële en het Ideale te combineren en niets van de Waarheid op te offeren door alle mogelijke toewijding aan poëzie en schoonheid.”

Julia Margaret Cameron was een diep religieuze én intellectuele vrouw. Op het moment dat zij de camera in haar handen had, begon de inspiratie te stromen die zij in al die jaren ervoor had opgedaan door te lezen, te filosoferen en te discussieren met andere intellectuelen en kunstenaars, en vooral door goed te kijken – met haar ogen én met haar hart. 

Lago-1867. Angelo Colarossi (c.1838-1916) was een Italiaan, en uit een familie van professionele modellen.
Destijds moesten modellen heel stil blijven zitten, dus het gebruik van een professioneel model was een verstandige manier om bewegingsonscherpte. Fotocriticus Francis Hodgson merkte in de Financial Times op: “Het is deels omdat Colarossi de belichtingstijd kon verdragen dat de foto zo verrassend modern is.” Deze foto ziet er inderdaad uit als een ongelooflijk eigentijds beeld.

De invloed van de schilderkunst uit de Renaissance en die van de pre-Raphaelieten is duidelijk in haar werk terug te zien. Ook liet ze zich in haar belichting inspireren door grootmeesters als Rembrandt en Titiaan.

De kracht van haar werk zit vooral in de combinatie van soft-focus beelden met haar scherpe blik, die vooral gericht was op het innerlijk van haar modellen. Cameron streefde in haar foto’s vooral naar het overbrengen van emoties en gevoelens. Daarvoor experimenteerde ze erop los met het nieuwe medium. En daarom werd ze beter begrepen door de schilderende pre-Raphaelieten dan door collega-fotografen in die tijd, die haar veelal met hoon bejegenden. 

The Photographic Journal in 1865: “Mevrouw Cameron exposeert haar serie onscherpe portretten van beroemdheden. We moeten deze dame erkentelijk zijn voor haar gedurfde originaliteit, maar ten koste van alle andere fotografische kwaliteiten. … Het spijt ons dat wij ons zo moeten uitspreken over het werk van een dame, maar wij voelen ons gedwongen dit te doen in het belang van de kunst.”

Cameron was furieus, maar schreef later dat ze er moedeloos van zou zijn geworden “als ik die kritiek niet naar waarde had geschat”. In plaats daarvan hield ze zich vast aan de positieve reacties van kunstenaars en vrienden. Gelijk had ze. Want waar de fotografen van de gevestigde orde nog moeite hadden om Camerons werk te begrijpen, werd zij onder kunstenaars des te meer gewaardeerd.

En Cameron had, naast haar talent en haar creatieve kijk op het medium, haar enorme netwerk van Victoriaanse grootheden en haar financiele mogelijkheden, nóg een groot voordeel op de meeste van haar kunstzinnige vrouwelijke tijdgenoten. Haar man stond namelijk pal achter haar en hij steunde haar in al haar inspanningen.

En die gingen nu eenmaal verder dan “louter conventionele topografische fotografie – het maken van kaarten en het weergeven van kenmerken en vormen”, zoals zij het zelf noemde in een brief aan John Herschel. Cameron verlangde ernaar om een spirituele schoonheid te verbeelden. De fotografie was in haar ogen een ‘goddelijk’ medium, dat perfect voor dit doel kon worden ingezet.

Slachtoffers

Cameron stond erom bekend werkelijk iedereen naar haar studio te halen. 

Ze was “gekleed in donkere kleren, besmeurd met chemicaliën van haar fotografie, (en rook er ook naar), met een mollig gretig gezicht en een stem die hees en een beetje hard was, maar op de een of andere manier dwingend en zelfs charmant”, herinnert Camerons achternicht Laura Troubridge zich, die samen met haar zusje vaak moest poseren. 

De troosteloze uitdrukking van de jonge Laura Troubridge past niet helemaal bij haar rol als engel, maar op een humoristische manier ondersteunt haar houding de geënsceneerde look van deze foto. Ze zit op een doos die losjes met draperieën is bedekt en stijf op een tafel staat, met nepvleugels aan haar vastgemaakt. Met haar kin op haar gekruiste armen lijkt ze zich te hebben neergelegd bij haar lot om voor de camera te poseren. Julia Margaret Cameron maakte een reeks foto’s op basis van renaissance- en postrenaissanceschilderijen. Als kinderen werden de kinderen vaak gerekruteerd om een rol te spelen. Jaren later herinnerden ze zich het geduld dat nodig was om voor hun oudtante te poseren.

Zelfs toeristen op het eiland waren niet veilig. Ze werden “op een manier die geen ontkenning duldde naar haar studio geroepen, waar ze zich enkele ogenblikken later voordeden als Geraint, of Enid, Lancelot, of Guinevere…”, aldus Troubridge.

En ‘zitten voor mevrouw Cameron’ was geen eenvoudige taak; buurman Tennyson noemde haar modellen dan ook ‘slachtoffers’. Een van hen deed verslag: “De studio, herinner ik me, was erg rommelig en erg oncomfortabel. Mevrouw Cameron zette een kroon op mijn hoofd en poseerde voor mij als een heroïsche koningin. … Het belichten begon. Een minuut ging voorbij en ik voelde me of ik moest schreeuwen, nog een minuut en de sensatie was of mijn ogen mijn hoofd uit kwamen; een derde en de achterkant van mijn nek leek verlamd; een vierde en de kroon, die te groot was, begon over mijn voorhoofd te zakken; een vijfde – maar hier brak ik uiteindelijk, want meneer Cameron, die erg op leeftijd was, had onbedwingbare lachbuien die altijd op het verkeerde moment uitbraken, begon hoorbaar te lachen. Dit was te veel voor mijn zelfbeheersing en ik was gedwongen mij bij de lieve oude heer te voegen.”

Soft-focus

Cameron hield van de fotografie van David Wilkie Wynfield en ze had bij hem een les gevolgd. Daar leerde zij zijn shallow-focustechniek, die hij had ontwikkeld om een schilderachtig effect te bereiken zoals in het werk van de grote meesters. Hij maakte, om dat schilderachtige effect te bereiken, ook gebruik van kostuums en theatrale effecten, net zoals Cameron dat zou gaan doen.

Maar Cameron zou Cameron niet zijn als ze het geleerde niet, geheel op haar eigen manier, naar een hoger plan zou tillen. Zij verhief de puur esthetisch bedoelde shallow-focus naar een etherische beeldtaal. De geportretteerden op Camerons foto’s stralen door deze toepassing een ongekende ‘levensadem’ uit. 

“Mijn eerste successen met mijn onscherpe foto’s waren een toevalstreffer. Dat wil zeggen, dat wanneer ik scherpstelde en bij iets kwam dat, voor mijn oog, heel mooi was, ik daar stopte in plaats van de lens op de meer definitieve scherpstelling te schroeven waar alle andere fotografen op aandringen.”

Cameron werd steeds meer bedreven in haar soft-focustechniek. Ze zorgde er door middel van zorgvuldig gekozen licht en lange belichtingstijden voor dat de minimale beweging van het model op de glasplaat werd overgebracht. De modellen lijken daardoor bijna driedimensionaal te zijn, heel subtiel ietsje van het papier af te komen. Tegelijk suggereren ze, door het gebrek aan detail, een droom, bijna bovennatuurlijk te zijn.

Om dit gevoelige effect te versterken, werkte Cameron vanaf 1865 met een nog groter toestel, waar 30 bij 38 centimeter glasplaten ingingen. Hiermee maakte ze bijna levensgrote close-ups. De portretten waren minder gedetailleerd, maar emotioneel des te overtuigender en daar was het haar om te doen. 

Head of St. John-May Prinsep- 1866. Van opzij verlicht, met loshangend haar, lijkt Camerons nicht May Prinsep enigszins androgyn in de rol van een mannelijke heilige.

De kunst van de imperfectie

Op Camerons foto’s zijn duidelijk vingerafdrukken, vegen en strepen te zien. Andere fotografen in die periode zouden zulke ‘mislukte’ afdrukken nooit publiceren. Cameron daarentegen tolereerde imperfecties en waarschijnlijk omarmde ze ze zelfs ten dele. Ze kraste in negatieven om correcties aan te brengen en drukte gebroken of beschadigde negatieven af. 

Het is inmiddels wel duidelijk dat Cameron niet zomaar wat aan het knoeien was. Ze experimenteerde veel, maar daarbij was ze wel degelijk kieskeurig.  En er was één imperfectie die ze vreselijk vond: barsten. Wat wij nu misschien zouden zien als een nostalgisch craquelée-effect was voor Julia Margaret Cameron een serieus probleem. Enkele van haar favoriete negatieven zijn erdoor verloren gegaan.   

Een drieledig oeuvre

Cameron maakte in de elf jaar die haar ‘creatieve explosie’ duurde ruim 900 foto’s. Zelf deelde zij haar werk als volgt in: portretten, Madonna-groepen en ‘fantasievolle onderwerpen voor picturiale effecten’.

Kiss of peace-1869. Julia vond zelf The Kiss of Peace, dat zij maakte in 1869, haar beste werk. Het beeld is emotioneel, intiem en ontroerend. Je voelt onmiddellijk de verbinding tussen de vrouwen. De oudere vrouw beschermt, terwijl de jongere verzacht. De relatie tussen de twee kan de liefde zijn van een moeder en haar dochter, of de genegenheid tussen zussen. De hele foto duidt op een romantische passie tussen deze vrouwen, voor elkaar, voor het leven en voor spiritualiteit.

portretten

Cameron wist dicht bij haar modellen te komen en die intimiteit maakt haar portretten bijzonder krachtig. Wat daarbij opvalt, is dat de vrouwen, wiens schoonheid Cameron wilde ‘vangen’, op een veel zachtere en meer etherische manier worden vastgelegd dan de mannen.

Een van de jonge vrouwen die meerdere keren voor Cameron heeft geposeerd was Alice Lidell, die als klein meisje Charles Dodgson (Lewis Caroll) inspireerde tot het schrijven van Alice in Wonderland.

Van hen wilde Cameron vooral het ‘genie’ tonen: “Wanneer ik zulke mensen voor mijn camera had, trachtte mijn hele ziel haar plicht jegens hen te vervullen door de grootsheid van zowel de innerlijke als de uiterlijke mens getrouw vast te leggen. De foto die ik zo nam, was bijna de belichaming van een gebed.”

Cameron fotografeerde alleen jongere vrouwen met lang haar en een frèle uitstraling. Vaak hebben ze in haar foto’s een angstige, ambigue uitdrukking. Cameron wilde de subtiliteit van hun wezen naar voren halen, maar tegelijk lijkt hun individualiteit op de foto’s verborgen. 

Cameron fotografeerde alleen jongere vrouwen met lang haar en een frèle uitstraling. Vaak hebben de vrouwen in haar foto’s een ambigue uitdrukking. Cameron wilde de subtiliteit van hun wezen naar voren halen. 
Julia Jackson was Camerons nicht, die op een dag de moeder zou worden van de schrijfster Virginia Woolf.

Madonna-groepen

Cameron voelde zich als moeder van meerdere kinderen sterk verbonden met het onderwerp ‘Madonna-met-kind’. Zelf maakte zij meer dan vijftig ‘Madonna’s’. Haar huishoudster Mary Hillier was hiervoor meestal het model, zij werd in het dorp dan ook ‘Mary Madonna’ genoemd. Hoewel zij ook St Agnes was, en Sappho.

In haar Madonna-groepen belicht Cameron het ‘heldendom’ van het moederschap en laat ze zien dat het ideale vrouw-zijn in haar ogen gaat over gezondheid, sensualiteit en kwetsbaarheid.

Fantasievolle onderwerpen voor picturale effecten

Cameron was erg ijverig in het creëren van allegorische voorstellingen. Dit was het werk waar Cameron de meeste kritiek op kreeg en dat het minst serieus werd genomen. Lange tijd werd het gezien als kinderlijk en amateuristisch, die spirituele lading van dit werk wordt pas eind vorige eeuw erkend. 

Maar Cameron was niet enkel bezig met het maken van mooie plaatjes en oppervlakking was dit werk dan ook zeker niet. Zo streefde zij in haar foto’s van kinderen naar de weergave van Victoriaanse waarden zoals onschuld, vriendelijkheid en nobelheid. Ze gaf hen daarom vaak engelenvleugels of een rol in Bijbelse voorstellingen. Voor de kinderen zelf was het langdurig poseren vaak een ware kastijding en dat is op de foto’s te zien in hun veelal verveelde, afgeleide blik.

Veel van haar onderwerpen waren personages uit de Bijbel en mythologie, maar ook, uit literair werk van schrijvers als Milton en Shakespeare, maar ook van tijdgenoten als Alfred Tennyson, George Taylor en George Eliot.  

De drie Liddell-zussen – Lorina, Elizabeth en Alice – poseerden met Charles Hay Cameron (echtgenoot van..) die de tragisch bedrogen King Lear speelde in een van Camerons weinige Shakespeare-composities. Goneril en Regan fluisteren valse vleierij in het oor van de ouder wordende koning terwijl de werkelijk toegewijde maar onterfde Cordelia – hier onopgesmukt en in het wit gekleed – voor hem staat, een belichaming van gedesillusioneerde onschuld.

Voor Tennyson illustreerde ze zijn bundel met gedichten over Arthuriaanse legenden, Iddyls of the King. Drie maanden lang werkte ze aan twaalf afbeeldingen. Toen het boek echter was uitgegeven, vond Cameron dat de foto’s veel te klein waren afgedrukt en zo niet goed tot hun recht kwamen. En daarom publiceerde ze uit eigen zak een speciale deluxe versie waar ze wél tevreden mee was. Dit is haar laatste grote werk geweest.

Vaarwel Freshwater

In Oktober 1873, 10 jaar nadat ze haar moeder diens eerste camera cadeau had gegeven, overleed Camerons dochter in het kraambed. Charles Cameron was ziek en de Camerons besloten terug te gaan naar hun plantages op Ceylon, waar ook twee van haar zoons waren. Hun bagage bestond uit een koe, Cameron’s apparatuur en twee doodskisten, “voor het geval dergelijke items niet beschikbaar zijn in het Oosten”. Eenmaal op Ceylon heeft Cameron nauwelijks nog gefotografeerd. 

Deze foto waar Julia Cameron zelf te zien is, is gemaakt door Henry Herschel Hay Cameron, de zoon van Julia, die begin jaren 1870 begon met fotografie, waarschijnlijk als de assistent van zijn moeder.

Cameron overleed op 26 januari 1879 in Ceylon. Virginia Woolf schreef later dat haar laatste woord ‘beauty’ was. En net als in Camerons werk is de intrinsieke waarheid daarvan belangrijker dan de feitelijke. Zelf schreef ze: “Ik verlangde ernaar om beslag te leggen op al het moois dat voor mij kwam en op den duur is het verlangen bevredigd.”

Nalatenschap

De Modernistische Bloomsbury Group, die de eerste decennia van de eeuw die volgde actief was, had interesse voor Cameron’s experimentele fotografie. Haar achternicht Virginia Woolf maakte deel uit van dit netwerk van kunstenaars en intellectuelen en zij publiceerde een verzameling van haar oudtante’s werk. Ook schreef zij meerdere malen over haar beroemde oudtante, waaronder de klucht Freshwater, waarmee zij lange tijd het beeld bepaalde dat men van Cameron had.

Ook voor de Surrealisten was Cameron een belangrijk voorbeeld. Haar interesse in de weergave van het etherische en het innerlijke, en de manier waarop ze daarvoor gebruik maakte van soft-focus en schaduw, vond onder hen veel navolging.

Met haar gevoelige hantering van de camera en het creatieve proces had zij invloed op volgende generaties van vrouwelijke fotografen, waaronder Diana Airbus, Sally Mann, Imogen Cunningham en Dorothea Lange.

Camerons fotografie wordt gezien als een voorloper op het latere Picturalisme en haar portretten worden gezien als de beste weergaven van de artistieke mogelijkheden van het medium fotografie in die tijd. Het duurde echter tot laat in de twintigste eeuw voor men de spirituele kwaliteit van haar allegorische en illustratieve werk begon te waarderen.

En ik geloof dat ik haar met haar dwingende, hese stem ons hoor toespreken: “Het is nooit te laat om jouw passie te volgen.”

Tekst: Nathalie van Wees

Vind je dit een interessant artikel? Kijk ook eens naar onze videocursus ‘Inspiratiebronnen’.

Geef een antwoord