Lee Friedlander begon in 1948 het Amerikaanse sociale landschap in beeld te brengen.

De na-oorlogse stadsstraten vertoonden een banaal en levendig decor voor menselijke interactie. Door dit zo te zien was hij zijn tijd ver vooruit. Voor hem was de straat één grote caleidoscoop met vermakelijke vormen.

Maar vooral ook mysterie. Gebruik makend van veel visuele informatie in dynamische composities en humoristisch aangrijpende beelden in de chaos van het stadsleven, werd Friedlander voornamelijk erkend voor zijn zelfportretten in de jaren 1960.

‘Self Portrait’ was een diepgaand onderzoek naar levensvragen, een thema waar in die tijd een grote behoefte aan was.

Friedlander fotografeerde zichzelf in etalageruiten, glazen deuren, en spiegels. Ook verwerkte hij straatnaamborden, woorden en letters in zijn beelden om op deze manier een nieuwe laag in zijn foto’s toe te voegen. Een element waar zijn voorganger Robert Frank al handig gebruik van maakte. Frank had zich laten inspireren door Walker Evans, en Evans die dit grafisch element had uitgediept en toegepast.

Een van Friedlanders bekendste foto is ‘New York City 1963’ en toont een man en een vrouw die in tegengestelde richting van elkaar door twee verschillende draaideuren lopen. Ook hier zien we hem zelf de foto nemen met de opzettelijke versnippering en de dubbelzinnigheid. Een manier van aanpak die volledig zijn handelsmerk is geworden.

Geef een antwoord