“If I could tell the story in words, I wouldn’t need to lug around a camera.”

Zijn tijd vooruit was hij zeker, met zijn documentaire portretten; Lewis Hine was een van de eersten die inzag wat de ware potentie is van de fotografie. Hij zag de camera als wapen tegen maatschappelijk onrecht. En hij kreeg gelijk. Zijn beelden van de werkende kinderen in fabrieken, mijnen en op het land hadden een enorme impact. En hebben dan ook een cruciale rol gespeeld in de afschaffing van de kinderarbeid.

Hoe het begon

Lewis Hine, geboren te Oshkosh, Minnesota, ondervond aan den lijve hoe jonge arbeiders werden uitgebuit. Toen hij achttien was, verongelukte zijn vader en was hij gedwongen om school te verlaten en aan het werk te gaan.

Zijn eerste baantje was in een meubelstoffeerfabriek. Hij werkte er dertien uur per dag, zes dagen per week en verdiende daar vier dollar mee. Per week. Hine besloot al snel dat dit niet zijn toekomst ging worden en hij begon geld apart te houden voor een opleiding.

Hine had sociologie gestudeerd en werd in 1901 gevraagd om aan de school waar hij lesgaf, de Ethical Culture School in New York, ook de schoolfotograaf te worden. Hij zou vooral de sociale en academische aspecten van de school gaan documenteren.

En het duurde niet lang of Hine merkte dat beeld een groot vermogen heeft om de realiteit, de waarheid te onthullen. En daar wilde hij meer mee doen. Hij wilde fotografie inzetten als leermiddel.

Want iets laten zien, zo besefte Hine, heeft veel meer impact dan het beschrijven. De fotografie heeft daarom de functie om maatschappelijke problemen zichtbaar te maken. Hine was één van de eerste die de sociaal-maatschappelijke potentie van fotografie zo helder voor ogen had.

 

De VS in die tijd

Na de burgeroorlog was er tegen het einde van de negentiende eeuw een enorme migratiestroom naar de VS op gang gekomen. De oorzaken hiervan waren vooral armoede in Europa en een grote behoefte aan arbeidskrachten in het Nieuwe Westen.

De Amerikaanse bevolking groeide in een rap tempo en dat was goed, want er waren veel handen nodig. In het hele land werden kinderen werden ingezet als goedkope arbeidskrachten in de groeiende industrie.

Op de migranten werd vaak neergekeken; ze hadden meestal geen geld en konden zo niets opbouwen, eenvoudig omdat niemand ze hielp om een start te maken. Zo kwamen zij terecht in de arme buurten van New York en andere steden.

Ellis Island

In 1904 bezocht Hine voor het eerst douanepost ‘Ellis Island’ om daar de aankomende migranten vast te leggen. Ook begon hij daar ter plekke de studenten praktische fotografie te doceren. Hij wilde hen meer bijbrengen dan hoe men een camera hanteert. Hine wilde dat studenten leerden respect te hebben voor deze immigranten. Hij wilde dat ze zelf ook andere sociale kwesties in de praktijk zouden gaan bestuderen en, vooral, ze in beeld gingen brengen. Een van de studenten die hij onder zijn vleugels kreeg, was een jonge Paul Strand.

Niet enkel was 1904 het jaar waarin Lewis Hine zijn zo belangrijke portfolio begon op te bouwen én anderen ertoe ging inspireren om van sociaal documentaire fotografie hun vak te maken. Hij ging trouwen, met Sara Rich uit Oshkosh. Ook studeerde hij voor zijn doctoraal in pedagogie, dat hij een jaar later behaalde. Zo’n jaar was het.

Alles voor de kinderen

In 1907 kwam zijn docentijd ten einde. Hij kon gaan werken als freelance fotograaf voor het National Child Labor Committee (NCLC). Dit was een invloedrijke organisatie met zelfs een lobby in het Congres. Hij reisde het hele land door om kinderarbeid vast te leggen. Hij bezocht molens en mijnen, op velden en in katoen- en conservenfabrieken.

En dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ten eerste omdat hij zelf niet groot van stuk was en flink moest sjouwen. Er hing een enorme inklapbare Graflex-camera op zijn buik en een voorraad glazen platen in z’n tas. Dat was, wat Hine betreft, een behoorlijk minpunt van zijn werk. En in die tijd was de Graflex erg modern: de eerste ‘draagbare’ camera, die niet op een statief hoefde.

Maar ook werd Hine zelf om zijn werk regelmatig met de dood bedreigd door onder anderen voormannen en fabriekspolitie. Helaas was kinderarbeid erg lucratief voor de industriëlen; er waren felle, zelfs gewelddadige, tegenstanders van hervormingen. Kinderen waren erg goedkope arbeidskrachten. Ze kwamen ook niet snel in opstand tegen de erbarmelijke omstandigheden waaronder ze hun werk moesten doen. Veel industriëlen wilden de misstanden in hun fabrieken en mijnen dan ook koste wat kost verborgen houden voor het oog van het publiek.

Dus moest Hine zich meestal vermommen om de fabrieken überhaupt binnen te komen. Hij is van alles geweest. Hij was ansichtkaart- of Bijbelverkoper of, gewoon, een industrieel fotograaf die de machines documenteert.

Vrijwel overal trof hij de kinderen aan in schrijnende werkomstandigheden. Zodra hij binnen was, ging hij met de kinderen in gesprek. Snel pende hij hun gegevens neer: naam, leeftijd, soort werk, werktijden en alles wat verder van belang was. Als hij niet binnen mocht komen, dan wachtte hij urenlang buiten tot de kinderen eindelijk naar buiten kwamen. Vaak was de zon dan al onder.

Media-aandacht

Hine’s notities en foto’s waren vrijwel het enige dat er van de kinderarbeid naar buiten kwam. Hij publiceerde ze in tijdschriften, op pamfletten, in boeken en waar hij maar kon exposeerde hij. En zijn beelden maakten behoorlijk wat los; het publiek was geschokt door de levensomstandigheden van de kinderen. Wetten werden aangepast en de werkende kinderen werden steeds beter beschermd.

Bungelend in een mandje, 300 meter boven 5th Av

Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog werd Hine ingehuurd door het Rode Kruis om foto’s te maken van hun werk in Europa en in de VS. Maar daar bleef het niet bij. Hine fotografeerde in de jaren twintig en dertig voor vele verschillende sociaal-maatschappelijke organisaties.

Gevaar was voor Hine een integraal onderdeel van de soort fotografie die hij beoefende: dicht op de huid van de medemens. In 1930 wist hij zich opnieuw in penibele situaties te begeven. Het was de tijd van de Grote Depressie en de bouw van het Empire State Building was begonnen.

Het hoogste gebouw ter wereld was een symbool. Het stond voor de Amerikaanse volksgeest, die de meest grote moeilijkheden weet te trotseren met ambitie en vakmanschap.

De bouw ging in een gestaag tempo en Hine kreeg de opdracht om alle fasen vast te leggen. En net zoals hij dat in al zijn projecten deed, richtte hij zich daarbij op de mens. Hij wilde de moed, de volharding en vakmanschap van arbeider zélf naar de voorgrond te brengen. En daarvoor nam hij, wederom, behoorlijke risico’s. Net als de arbeiders bungelde Lewis Hine op duizelingwekkende hoogte boven de stad.

Let wel: we hebben het hier over het hoogste gebouw ooit en niemand nog had de ervaring op een honderdste verdieping te staan. En al helemaal niet als die verdieping niet meer is dan een winderig plateau. Ook hing hij, voor de juiste hoek van de opname, in een speciaal daarvoor aangepast kersenplukkersmandje, dat met kabels was bevestigd aan het stalen frame waar de arbeiders aan werkten.

Later legde Hine uit dat hij deze risico’s vooral nam om het uitzicht te kunnen laten zien dat de arbeiders hadden tijdens hun werk. Dít was hun leven.

Men at Work

Men At Work is een selectie van de beelden die hij tijdens zijn vele fotografieprojecten had gemaakt van de arbeiders. Zelf zegt hij erover in de introductie: “I will take you into the heart of modern industry where machines and skyscrapers are being made, where the character of the men is being put into the motors, the airplanes, the dynamos upon which the life and happiness of millions of us depend.

Met het boekje wilde hij niet alleen benadrukken dat de industriële samenleving deze enorme potentie heeft. Ook wilde hij ermee zeggen dat deze machines en gebouwen, hoe ontzagwekkend en geweldig ze ook zijn, er niet kunnen zijn zonder de volharding, vakmanschap en verbeeldingskracht van de mens.

Rebel

Lewis Hine begon met fotograferen in een tijd waarin men zijn uiterste best deed om de fotografie een plek te geven binnen de beeldende kunst. Maar met het schilderachtige van het Picturalisme of met de Photo-Secessiongroep van Alfred Stieglitz had Hine niet veel op. Hij vond zelfs dat de leden van die beweging hun kunst maakten vanaf een ivoren toren; dat het los stond van de diepere lagen van het bestaan.

Voor Hine lag de kunst van de fotografie juist in haar vermogen de realiteit van alledag te tonen. Hij zag de schoonheid in de mensen zélf en wilde hun waarheid vastleggen. Hine was niet bezig met waar het Picturalisme zich mee bezighield: het romantiseren, het mooi maken of persoonlijke expressie.

Zijn eigen beelden noemde Hine ‘Hineographs’: getuigen die bewijsmateriaal leverden van meestal een sociale problematiek. Een Hineograph moet mensen aanzetten tot discussie en liefst een bijdrage leveren aan een oplossing van de problemen.

Hine pretendeerde overigens niet een objectieve waarheid weer te geven en hij noemde zijn beelden ‘foto-interpretaties’. Latere documentaire fotografen zoals Sid Grossman en Ben Shahn namen deze subjectieve aanpak van hem over.

Hine’s Madonna

Hines portretteerde een migrantenmoeder met haar kind en noemde het Madonna and Child, refererend aan iconische kunstwerken als de Venus van Botticelli en de Madonna van Leonardo da Vinci. Hij wist heel goed hoe krachtig deze beelden op het gevoel van de mensen inwerken.

M36463-30 001

Het overnemen van thema’s van schilderijen werd in het Picturalisme ook veel gedaan, maar Hine deed dit op een nieuwe manier. Hij deed het bovendien met een andere intentie – en zeker niet om een dromerig beeld te maken. Zijn afbeeldingen toonden juist een grimmige waarheid. Dat deed hij ook niet op de esthetische of dramatische manier waarop dat destijds in zwang was geraakt.

DE kracht van hine’s beelden

Lewis Hine’s succes in het overbrengen van zijn boodschap naar het publiek had Hine te danken aan een instinctief gevoel voor het beeld. Hij gebruikte verschillende manieren om zijn beelden extra confronterend te maken. Ze werden vrijwel direct door andere documentaire fotografen overgenomen en tot op de dag van vandaag worden ze ingezet.

1. Hij hield de camera altijd op ooghoogte van de kinderen en vroeg de geportretteerden om recht in de lens te kijken. En zo, door Hine’s lens, keken de moeders, arbeiders, werksters, daklozen, en ook de kinderen de toeschouwer recht in de ogen. Die daardoor daardoor niet om de ellende heen kon waar de geportretteerde zich overduidelijk in bevond.

2. Hine maakte bovendien gebruik van scherptediepte. Wederom, niet om een mooi vervaagd beeld te maken, maar om de mens, het kind, letterlijk en figuurlijk, op de voorgrond te plaatsen. De achtergrond – een fabriek, een machine, een akker – was vaak net zichtbaar genoeg om te duidelijk te maken in wat voor omstandigheden de geportretteerde zich in bevindt.

3. In de katoenfabriek heeft hij een soort van typologische aanpak gebruikt om de schaal van de kinderuitbuiting in beeld te brengen. Verschillende kinderen in dezelfde kleding, op dezelfde plek bij dezelfde gigantische machine; alles werd hetzelfde gekadreerd gepubliceerd.

Een engel op visite

Mede vanwege de Grote Depressie kreeg Lewis Hine steeds minder opdrachten. Zijn vrouw overleed en toen hij zelf gezondheidsproblemen kreeg, raakte hij vrijwel alles wat hij bezat kwijt en dreigde hij in de vergetelheid te raken.

Het was fotografe Berenice Abbott die vond dat Hine beter verdiende en zij bracht hem een bezoek op zijn kamer. Zij organiseerde in 1939 een overzichtstentoonstelling van zijn werk, daarbij gesponsord door Paul Strand én door Alfred Stieglitz. Dankzij Abott werd Lewis Hine opnieuw herinnerd als de fotograaf wiens visie en beelden een grote impact hebben gehad op de Amerikaanse samenleving én op de fotografie.

Nalatenschap

Na zijn dood in 1940 doneerde Hine’s zoon Corydon zijn afdrukken en negatieven aan de Photo Leaugue. Toen die in 1951 werd opgeheven, was het zoeken naar een nieuw onderkomen van Hine’s werk. Gelukkig was daar een fan, Beaumont Newhall. Hij zorgde ervoor dat Hine’s archieven in 1955 bij het George Eastman House werden ondergebracht.

“Ik heb geen goede Hine-afdruk. Ik heb er nog nooit een gezien,” aldus Newhall. “Zijn techniek is in één woord slecht. Het succes van zijn werk ligt in de ongewone manier waarop (zijn foto’s) het onderwerp interpreteren.”

Hine’s foto’s hebben een essentiele bijdrage geleverd aan de lobby van het NCLC om de kinderarbeid af te schaffen. Dertig jaar nadat hij zijn eigen leven op het spel zette om de uitgebuite kinderen een gezicht te geven was het dan zover: in 1938 werd de Fair Labor Standards Act werd ingevoerd en dat betekende het einde voor de kinderarbeid.

Met zijn riskante onderneming hielp Hine uiteindelijk honderdduizenden mensen aan een betere start en een beter bestaan. Een mooier nalatenschap dan dat kan een mens als Lewis Hine zich toch niet hebben voorgesteld.

Geef een antwoord