Zijn vader zag in hem een postbeambte, maar Louis Daguerre (1787-1855, Frankrijk) besloot schilder, decorontwerper én uitvinder te worden.

In 1822 creëerde hij met Charles Bouton het diorama, een soort theater met speciale lichteffecten. Zijn ervaringen met het diorama bracht hem op het idee om beelden met behulp van zonlicht te fixeren met de camera obscura.

In 1829 werden hij en Joseph Niépce partners. Niépce was het 3 jaar daarvoor gelukt om een foto te fixeren en hij kon zich inmiddels de uitvinder van de fotografie noemen. Na een jaar samenwerking ontdekte Daguerre per toeval dat zilverjodide lichtgevoelig is. 3 jaar later overleed Niépce, maar Daguerre zette de jaren erna zijn experimenten voort tot het moment suprême zich aandiende. Uit zijn raam aan de Boulevard du Temple in Parijs stelde hij zijn camera obscura op. Hij had zijn techniek zover ontwikkeld, dat hij nu vanuit zijn raam een helder gedetailleerd beeld kon maken.

De wereldberoemde foto uit 1839 had een belichtingstijd van zo’n 8 minuten en dit was te lang om de levendigheid op straat te kunnen pakken. Van twee personen kunnen we wel een glimp opvangen: een schoenenpoetser met zijn klant. Beiden zouden de geschiedenis ingaan als de eerste mensen ooit die gefotografeerd zijn!

Vind je dit een interessant artikel? Kijk ook eens naar De eerste selfie.

Geef een antwoord