De Amerikaanse fotograaf Paul Strand had een lange en productieve carrière. 

Op zijn 17e studeerde Strand fotografie bij Lewis Hine. Hine, die later ook geschiedenis zou schrijven om zijn foto’s van industriële kinderarbeid en van immigranten. Op aandringen van Hine begon Strand Gallery 291 te bezoeken. ‘291’ was opgericht door Alfred Stieglitz, de leider van de Photo-Secession-groep. Daar ontmoette Strand Stieglitz en werd hij blootgesteld aan de avant-garde schilderijen van Pablo Picasso, Paul Cézanne en Georges Braque die in de galerie te zien waren. Deze werken inspireerden hem om abstracte vormen en patronen te benadrukken in zijn foto’s, zoals Shadow Pattern en Wall Street (beide uit 1915).

In een van de meest gewaagde foto’s van die periode, White Fence (1916), vernietigde Strand opzettelijk het perspectief, om zo een krachtige compositie te bouwen uit tonale vlakken en ritmische patronen.

Strand verwierp de toen populaire stijl van het picturialisme, die de effecten van schilderijen op foto’s nabootste door negatieven en afdrukken te manipuleren. 

Hij vertrouwde op strikt fotografische methoden en realiseerde zich dat de objectiviteit van de camera zowel de beperking als de belangrijkste troef is. De zuiverheid en de directheid van Strand’s afbeeldingen van natuurlijke vormen en architectuur waren inspirerend – een voorbode van wat in de fotografie nog zou komen. Strand’s objectieve foto’s van stedelijke onderwerpen werden door Stieglitz gepubliceerd in de laatste twee nummers van zijn invloedrijke tijdschrift Camera Work en werden geëxposeerd in 291. Veel van het werk in die show bevatte alledaagse voorwerpen, zoals kommen en meubels, die scherp verlicht waren en van zo dichtbij werden geschoten dat ze bijna abstract leken.

Na zijn militaire dienst in de Eerste Wereldoorlog werkte Strand samen met de schilder en fotograaf Charles Sheeler aan de documentaire film Manhatta. Als freelance filmcameraman wijdde hij zijn vrije tijd aan de fotografie. Nu ging het hem meer om de schoonheid van natuurlijke vormen die hij zocht in dramatische close-ups; net zoals de Amerikaanse fotografie-modernisten Ansel Adams, Imogen Cunningham en Edward Weston dat ook deden.

Later in de jaren dertig van de vorige eeuw raakte Strand steeds meer in de ban van sociale kwesties, waardoor hij zijn focus van fotografie naar film verlegde. Bewegend beeld zag hij als een middel om een groter publiek te bereiken en een duidelijker verhaal te vertellen.

Na de Tweede Wereldoorlog, ontevreden over de politieke situatie in de Verenigde Staten, verhuisde Strand naar Frankrijk. Hij werkte in heel Europa. Vanaf dat moment concentreerde veel van zijn werk zich op kwesties van het gemeenschapsleven. In zijn latere jaren produceerde hij een aantal fotoboeken waarin hij de effecten van film kon nabootsen met een verhalende reeks foto’s, vaak voorzien van begeleidende teksten. 

Paul Strand’s invloed op de hedendaagse fotografie is nog steeds van toepassing; of, zoals hij het zelf zag: “I think of myself as an explorer, who has spent his life on a long voyage of discovery.”

Geef een antwoord