Sarah Moon werd geboren (als Marielle Hadengue) in 1941 (of misschien was het 1938 of zelfs 1937) in Parijs (of misschien was het Londen).

Bronnen, zoals de New York Times, zijn het oneens over de feiten van haar leven. Onzekerheid en onbepaaldheid zijn een rode draad door het leven en werk van Moon.

Haar vader was Frans-Amerikaans, haar moeder Duits-Algerijns-Frans, ‘allemaal gemengd, allemaal joods’ zegt ze erover. Toen de nazi’s Parijs binnen vielen, vluchtte het gezin naar Engeland, waar ze haar vroege jaren doorbracht. Dit waren haar sprookjes jaren waarschijnlijk, gezien het onderwerp en de sfeer van haar foto’s. ‘Creatiever zijn is dichter bij de kindertijd komen’, heeft ze eens gezegd. Veel van haar foto’s zien eruit als foto’s die uit sprookjesboeken zijn gescheurd en jaren later op een rommelmarkt zijn teruggevonden .

Haar eerste echtgenoot was een kunstenaar en zij studeerde tekenen en begon als model om geld te verdienen. Ze heeft zelfs geposeerd voor Helmut Newton en Guy Bourdin. Beide fotografen bleven vrienden en een soort van mentoren. Niet de knallende kleuren en de seksuele geaardheid van Bourdin’s werk had grote invloed op haar, maar vooral het verhalende aspect binnen zijn fotografie. Haar toonpalet is beperkt maar wel weelderig en origineel. ‘Ik hou niet echt van kleur. Om het voor mij te laten werken, moet ik ermee rotzooien. Ik geloof dat de essentie van fotografie zwart en wit is. Kleur is maar een afwijking. Behalve wanneer men met zeer onware kleuren werkt, zoals Polaroid. Als ik niet in de mode fotografie zou werken, had ik kleur niet aangeraakt. Het is in zwart-wit dat ik visualiseer.’

In 1970 ging ze achter de camera staan. Een van haar eerste professionele opdrachten was van het tijdschrift Nova en ze gaven haar de volledige vrijheid.

De tijd voor haar carrière als fotograaf lijkt tijd en ruimte te hebben geboden voor haar exotische stijl, niet gehinderd door de eisen van de wereld. Het was vanaf het begin volledig gevormd. Ze nam ook een nieuwe naam aan en koos ‘Sarah Moon’. ‘Ik was nog een model en ik moest een naam kiezen omdat ik niet wilde dat mensen zouden ophouden met me te werken omdat ik aan het fotograferen was. Het was een manier om je te verstoppen.’

Binnen drie jaar was ze een ster. Ze behoorde tot de kleine groep fotografen die de visuele sfeer van het modieuze Londen vormden in de periode tussen het einde van de swingende jaren zestig en de opkomst van de punk. Op haar foto’s was er een kinderlijk spel met historische beelden, met name van de jaren dertig en negentig van de vorige eeuw met een opvallende kwetsbaarheid voor de modellen. ‘Frisse veulens met lange benen, stralende gezichten en ronde dolly-ogen’ zei Barbara Hulanicki, oprichter en bedenker van Biba, de kledingwinkel die de massamarkt damesmode heeft uitgevonden en waarvoor Moon bijna huisfotograaf was.

Ze nam dezelfde look en feel mee in haar redactiewerk. Haar Britse Vogue-foto van een meisje met een blanco gezicht in pierrot make-up en witte jurk, zittend aan een cafétafel met een al even onscherpe Jack Russell, is een van de iconische beelden van die periode.

Mode-redacteur Caroline Baker van het tijdschrift Nova, herinnerde zich dat Moon tot 16.00 uur wachtte om haar eerste foto te maken, tegen die tijd zouden de modellen zijn ingestort en onderuitgezakt in de Sarah Moon-pose. Dat is het moment dat ze echt leuk vindt. Haar meisjes waren altijd passief en dromerig’. Ver weg, gehuld in gedachten, bewolkt, in een staat van mijmering. Moon: ‘Elke foto is de laatste getuige, of zelfs het laatste bewijs van een moment dat anders voor altijd verloren zou gaan; het is het gevoel van verlies en van de tijd die voorbij tikt.’

Dit wazige zicht is volgens haar aangeboren. Ze is extreem verziend. ‘Als een mol. Pas toen ik met fotografie begon, werd ik me er bewust van. Mensen zeiden tegen me; maar de foto is niet scherp! En ik begreep het niet, want zo zag ik de dingen, ik had nog nooit een bril gedragen.’

In 1972 werd ze de eerste vrouw die de Pirelli-kalender fotografeerde. Ze schoot in Parijs in de Villa des Tilleuls, ooit nog het hoofdkwartier van de Gestapo in Parijs.

In een rijke, wazige kleur die doet denken aan Degas’ schilderijen van ballerina’s. De modellen zijn kleine kinderlijke vrouwen met rozenknopjes en meestal gekleed in ouderwets ondergoed. Het weinige bloot dat er is, lijkt per ongeluk. De foto’s zijn zeker sensueel maar op een andere manier dan die toen voor een Pirelli kalender gebruikelijk waren. De sfeer is van een fin de siècle bordeel waarin de klanten en bazen naar huis zijn gegaan en de meisjes aan zichzelf hebben overgelaten.

Dit landschap is een wereld van jonge vrouwen, bijna meisjes. De weinig aanwezige mannen zijn verborgen, soms achter dierenmaskers. Haar fascinatie is voor vormen. ‘De ronding van de nek, de balans van de heupen, het gebaar van de hand.

Haar foto’s waren twintig jaar lang het publieke gezicht van de grote modemerken. Over haar modefotografie zei ze: ‘Ik hou van het feit dat het me grenzen stelt, en ik hou van de architectuur van kleding.’

Hoewel haar vroege werk een zachte focus is, ontwikkelde ze later een tweede stijl, een met diepe verzadigde kleuren. Zeker zo krachtig en dramatisch, maar complexer en zachter. Haar werk weerspiegelt de kleur van onze droomwerelden: eenvoudig, paradoxaal, onrealistisch en onwetenschappelijk. Hieronder zien we een model in een Miyake-jurk: een afbeelding van heldergroen, donkerrood, gebroken wit, nachtzwart; kleur als emotie, en absoluut verhalend.

In een citaat zegt Moon over haar proces: ‘Ik begin vanuit het niets, ik verzin een verhaal dat onverteld blijft, ik stel me een situatie voor die niet bestaat, ik veeg een ruimte weg om een andere uit te vinden, ik verschuif het licht, ik maak onwerkelijk en dan probeer ik. Ik kijk uit voor wat ik niet had verwacht. Ik wacht om te zien wat ik me niet kan herinneren. Ik maak ongedaan wat ik in elkaar heb gezet, ik hoop op geluk, maar bovenal verlang ik ernaar erin meegenomen te worden terwijl ik schiet.’

Sarah Moon is getrouwd geweest met wijlen Robert Delpire, de kunstuitgever die in 1958 Les Américains uitbracht, de eerste versie van Robert Franks verslag van zijn trans-Amerikaanse odyssee. In 2008 publiceerde hij Sarah Moon: 1 2 3 4 5, een weelderige, bekroonde vijfdelige bundel van de foto’s en films van zijn vrouw. ‘Sarah weet instinctief dat de bloemblaadjes te snel vallen’, schreef hij in de omslag van het boek.

In het onderstaande filmpje verteld Sarah Moon bij iedere foto haar gedachtepatroon en werkwijze.

Geef een antwoord