“Het geschenk van een fotograaf aan de kijker is soms schoonheid in het over het hoofd geziene alledaagse,” Saul Leiter

Saul Leiter was een pionier in de kleurenfotografie. Hij gebruikte in 1946 al kleurenfilm, in een tijd waarin zwart-wit de boventoon voerde om je artistiek uit te drukken. Hiermee zet hij een koevoet in de aanname dat artistieke kleurenfotografie op de kaart is gezet door William Eggleston, Stephen Shore en Joel Sternfeld.

Saul Leiter (1923-2013) werd geboren in Pittsburgh, als zoon van een internationaal bekende Talmoedgeleerde. Leiters interesse in kunst begon in zijn late tienerjaren, en hoewel hij werd aangemoedigd om rabbijn te worden zoals zijn vader, verliet hij de theologieschool en verhuisde op 23-jarige leeftijd naar New York om schilder te worden.

 

In New York raakte hij bevriend met de abstract expressionistische schilder Richard Pousette-Dart, die experimenteerde met fotografie. Zijn vriendschap met Pousette-Dart en kort daarna, met W. Eugene Smith, breidde zijn interesse in fotografie uit. Leiter bleef schilderen en exposeerde met Philip Guston en Willem de Kooning, maar de camera bleef zijn altijd aanwezige middel om het leven in de metropool vast te leggen.

Leiters zwart-witfotografie onthult een gedurfde compositiestijl. Hij verlegt de focus vaak van de voorgrond naar de achtergrond, waarbij hij speelt met de dynamiek van schaduw en reflectie. Net als zijn latere kleurenfoto’s halen deze beelden het wezenlijke en emoties uit alledaagse situaties. 

 

Hij begon eind jaren veertig te experimenteren met diafilm als Kodachrome. Over zijn radicaal innovatieve composities en een baanbrekende beheersing van kleur had hij het volgende te zeggen: “Ik heb geen filosofie, ik heb een camera.”

 

Hoewel Leiter vooral bekend staat om zijn fotografie, was schilderen zijn eerste liefde. Hij had de levenslange gewoonte om dagelijks te schilderen en maakte duizenden kleurrijke werken op papier, de meeste abstract, met verf op waterbasis. Tot zijn belangrijkste invloeden behoorden Japanse houtblok kunstenaars en Franse impressionisten zoals Bonnard en Vuillard. “Fotografie gaat over het vinden van dingen”, zei hij. “Schilderen is anders. Het gaat erom iets te maken.”

Maar zijn schilderinstinct kwam hem goed van pas in de ruimtelijke dubbelzinnigheid en een zorgvuldig palet van zijn fotografie. Hij legde met een abstractie de illusies van het dagelijks leven vast in een poëtisch resonerend en visueel geheel.

De kwaliteit van zijn vroege fotowerk werd al snel erkend door Edward Steichen, die Leiter in de jaren ’50 opnam in twee belangrijke MoMA-evenementen. Een tentoonstelling van kleurenfoto’s door 75 fotografen en een lezing van het MoMA in 1957, Experimental Photography in Color, bevatte 20 kleurenfoto’s van Leiter.

1952
1955

Daarna werd Leiters persoonlijke kleurenfotografie niet meer met het publiek gedeeld. Hij werd in de jaren vijftig en zestig beter bekend als een succesvol modefotograaf. Al die tijd bleef hij door de straten slenteren, waar hij ook was (meestal New York en Parijs), en maakte foto’s voor zijn eigen plezier.

Zijn schilderinstinct kwam hem goed van pas in de ruimtelijke dubbelzinnigheid en een zorgvuldig palet. Hij legde met een abstractie de illusies van het dagelijks leven vast in een poëtisch resonerend en visueel geheel.

Hij drukte een aantal van zijn zwart-wit straatfoto’s af, maar bewaarde de meeste van zijn kleurendia’s weggestopt in dozen. Pas in de jaren negentig begon hij terug te kijken op dat opmerkelijke kleurenwerk en begon hij prints te maken. 

1957
Parijs 1959

Op de persconferentie van zijn eerste retrospectief in Europa (Parijs) in 2009 zei Leiter dat hij vaak goedkope kleurenfilm kocht, waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken. Hij liet zich graag verrassen door de vreemde kleurverschuivingen die daarvan het gevolg konden zijn. Ook vertelde hij grappige verhalen over Robert Frank. “Robert klaagde op een ochtend tijdens het ontbijt in de L&M dat hij terug zou gaan naar Zwitserland omdat er niets interessants te fotograferen valt in Amerika. Toen ging hij naar buiten en maakte The Americans!” Leiter vertelde ook hoe hij de uitnodiging van Edward Steichen om deel te nemen aan de inmiddels beroemde Family of Man-tentoonstelling afwees, waarbij de brief op voorhand 3 jaar ongeopend op zijn bureau lag: “Het leek me dat die tentoonstelling minder over fotografie ging en meer over dingen waar ik niet zeker van was. Genegeerd worden is een groot voorrecht. Zo heb ik geleerd te zien wat anderen niet zien en anders op situaties te reageren. Ik keek gewoon naar de wereld, niet echt op iets voorbereid.”

1960

Saul Leiter bleef tot het einde van zijn leven schilderen en fotograferen. Hij verhuisde in 1952 naar een studio in East Village en hij schilderde en fotografeerde er voor de daaropvolgende 60 jaar. De studio is nu van de Saul Leiter Foundation die zijn erfgoed bewaard, bewaakt en promoot. De Foundation heeft duizenden fotoprints en schilderijen gecatalogiseerd, boeken uitgegeven en tentoonstellingen gecureerd.

Daarnaast heeft Leiter nog honderden onontwikkelde films achtergelaten, wat een fractie is van de onontgonnen afdeling binnen het enorme archief. 

Een boeiende schatkamer voor de nabije toekomst!

 

Vind je dit een interessant artikel? Kijk eens naar Helen Levitt.

 

Geef een antwoord