Seydou Keïta (1921-2001) opende in 1949 een fotostudio in Bamako in Mali waar hij in de jaren ’50 en ’60 de Malinees op een humane en intense manier portretteerde met ‘props’ uit het Westen.

Pennen, tasjes, schoenen, kleding, scooters of auto’s, hij had het allemaal. Als geportretteerde leek het alsof je bij de bourgeoisie hoorde, en kon je pronken met je foto bij familie en vrienden.

De weerslag die zijn foto’s uiteindelijk hebben gehad op de samenleving is groot geweest, en kon Keïta niet van te voren hebben voorzien. Begin jaren ’90 doken 3 van zijn foto’s op (fotograaf: onbekend) tijdens een Afrikaanse show in New York. Andre Magnin, een Parijse curator, vloog direct naar Mali om te onderzoeken wie de foto’s had gemaakt en kwam na een korte zoektocht bij Keïta terecht. Keïta vertrouwde Magnin een aantal negatieven toe en deze liet ze in Parijs groot afdrukken. De foto’s werden gebruikt tijdens twee grote exposities; in Parijs en in New york en Keita’s naam werd hiermee voor eeuwig bevestigd binnen de sociaal culturele en maatschappelijke historie van de fotografie. Momenteel worden zeer hoge prijzen betaald voor zijn foto’s.
Het lijkt er op dat de investeringen in zijn toenmalige props een gouden greep zijn geweest, ook al is dit vanuit een andere intentie dan hij zelf ooit had kunnen vermoeden. Bijzonder!

 

 

 

Geef een reactie